Nieuws‎ > ‎

Voorwerk Hagedienst 9 juli 2017 Anders bijbel lezen Teun van der Ven

Geplaatst 4 aug. 2017 02:04 door Hagediensten Heuvelrug   [ 4 aug. 2017 02:06 bijgewerkt ]

Inleiding over het Oerboek

 
Het Oerboek is geschreven door een historicus een evolutiebioloog en heeft als ondertitel: de evolutie en de bijbel.
In de themadienst doen we een poging U te vertellen welke gedachten zij naar voren brengen.

Een belangrijk kenmerk van de mens is dat hij op kennis kan voortbouwen en zo tot steeds meer ingenieuze oplossingen voor problemen kan komen.
Dat vermogen om op kennis te kunnen voortbouwen wordt de derde natuur van de mens genoemd. Die derde natuur van de mens is de aanjager van de cultuur, van de beschaving.
De eerste natuur van de mens omvat de kenmerken die in de loop van 20 000 eeuwen diep verankerd zijn in het genetisch profiel van de mens. De eerste natuur is de basis voor de intuïtie en het onderbuikgevoel en voor de primaire godsdienstigheid.
De tweede natuur heeft vooral betrekking op kenmerken, gewoonten, denkbeelden die door opvoeding en opleiding tot stand komen. Een aanvulling op kenmerken vanuit de primaire natuur. Een aanvulling die tussen groepen mensen kan verschillen.

De grote revolutie
In de evolutie van de menselijke samenleving is de overgang van de nomadische jager - verzamelaar groepen naar de op vaste plaatsen wonende mens die landbouw bedrijft de grote revolutie. Die revolutie vond pas een 100 eeuwen geleden, na de grote IJstijd plaats.
Sinds die tijd is de primaire natuur van de mens niet meer in staat het samenleven onder controle te houden. Het accent komt te liggen op de derde natuur: het bedenken van nieuwe oplossingen bij tot dan toe onbekende problemen.
Het in grote groepen -op één plaats - samenleven van mensen en dieren bleek ongekende risico’s in te houden. Door de overdracht van virussen van dier naar mens braken er onbeheersbare epidemieën uit, oogsten konden verloren gaan, de mens beschouwde het door hem bewerkte land en de opbrengst ervan als privé bezit en maakte ruzie tot erger met de mensen die grond en vruchten van het veld als gemeenschappelijk bezit beschouwden.

En zo kom ik bij de hoofdstelling van het boek:
De Bijbelse verhalen tonen de oplossingen die de mens koos om de gevolgen van de landbouwrevolutie voor de vorm van het samenleven te kunnen beheersen.
Kortom de bijbel verhaalt over rampspoedbeheersing.

Het behoorde tot de aangeboren religiositeit om rampspoed te verbinden met boosheid van geesten, verzet van voorouders of goden. En om deze boosheid te kunnen voorkomen werd er gecommuniceerd en geofferd ten gunste van die geesten en voorouders. En als die communicatie niet het gewenste effect had werden waarzeggers geraadpleegd om te weten te komen hoe de goden dan beter tevreden gesteld zouden kunnen worden. En zo ontstonden er religieuze rituelen. Bedacht door onze derde natuur, en overgedragen als tweede natuur aan het nageslacht.

De jager verzamelaars leefden in groepen van 100 – 150 personen. De volgende kenmerken waren diep ingesleten in bestaan, en waren kenmerken geworden van hun erfelijk overdraagbare eigenschappen.
* gericht op samenwerking.
* wederkerigheid.
* weinig rangverschillen binnen de groep
* reputatie is belangrijk
* voedsel wordt gedeeld .
* conflicten worden in samenspraak en harmonie beslecht.
* vrouwen zijn niet ondergeschikt aan de man.
* onhandelbare groepsleden worden uitgestoten.
* tussen de groepen bestaat een wij – zij tegenstelling,ndie alleen opgeheven wordt als de groep er voordeel van heeft.

De revolutionaire overgang van de jager verzamelaar tot landbouwer bracht de volgende veranderingen:
* samenleven in grote groepen
* individualisering, niet ieder lid van de samenleving wordt gekend
* voedsel wordt niet meer gedeeld, maar moet worden geruild of gekocht.
* conflicten over grondbezit en voedsel eindigen gemakkelijk in het toepassen van geweld.
* vrouwen worden in toenemende mate gemonopoliseerd door hun echtgenoot, jonge meisjes worden ruilmiddel.
* ziekte epidemieën ontstaan door de bevolkingsdichtheid en door het samenleven van mens en dier.

Deze landbouwrevolutie is pas 100 eeuwen oud, tekort om erfelijk aangepast te raken aan de nieuwe situatie.
Er ontstaat een permanente wrijving tussen de eerste natuur van de mens , en de veranderde samenleving vorm gegeven op basis van de oplossingen van de derde, de intellectuele, natuur van de mens.
De eerste natuur eist aanpassingen als zij de derde natuur oplossingen zich niet eigen kan maken. Ervaren als vervreemding, of leiden tot gevoelens van onbehagen.

De schrijvers koppelen aan de 1-ste natuur aan de intuïtieve alledaagse religie, van de mensheid, en aan de derde natuur de intellectueel institutionele religie. De intuïtief alledaagse religie bewaakt kritisch de intellectueel, institutionele religie. Als de laatste te abstract word, onlogisch uitpakt dan protesteert het volk aan de basis.
De schrijvers hechten grote waarde aan die intuïtieve religie zij herkennen er het levenskrachtige en toekomstbestendige geloof in. En dan te bedenken dat de religie-experts in bijbelse tijden de intuïtieve religie in hebben willen uitbannen.

.De wetenschap neemt de taak over de intellectuele religie.
De Kerkvader Augustinus heeft verdedigd dat God zich niet alleen openbaart in de bijbel maar ook in het Boek van de Natuur. Een bewering die tot een volgende stap in de culturele evolutie zou leiden. Op basis van de visie van Augustinus ontwikkelde zich de kennis van de natuur. En als de kennis van de natuur strijdig was met de Bijbelse kennis dan werd gezamenlijk gezocht naar een beter verstaan van de bijbel.
In de 16 eeuw ontstond er een conflict tussen de natuurwetenschappers en de theologen in het instituut kerk over de vraag of de zon om de aarde draaide, of de aarde om de zon zoals Galilei verdedigde op basis van de inzichten van Copernicus.  De theologen kozen er op dat moment voor trouw aan hun inzicht af te dwingen.
De grote verscheidenheid aan inzichten moest teruggebracht worden tot de officiële uitleg van de clerus. Dit maakte dat de wetenschap zich afscheidde uit de kerkelijke instituties.

Hoe gaat religie zich ontwikkelen:
In onze tijd heeft de wetenschap de taak op zich genomen om de oorzaak van rampspoed op te sporen, en om voorzorgsmaatregelen te bedenken die die rampspoed zouden kunnen voorkomen.
De schrijvers stellen dat vooral het liberale protestantisme hierdoor hun aanhang aan het verliezen zijn.
Aan de andere kant: gemeenschappen die zich vooral richten op de meer intuïtieve aspecten van de religie groeien. Zij richten zich vooral op: samen beleven, het gezamenlijk bescherming ervaren van een hogere macht en op de aspecten van de eerste natuur van de mens: gelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid.
De keerzijde van deze groepen is dat zij een strikte moraal voorschrijven, en middels een geprononceerd wij zij denken zich afzonderen uit hun buitenwereld. In het ernstigste geval hun tegenstanders ontmenselijken om elke sympathie voor een medemens te niet te doen..

De schrijvers van het Oerboek betreuren het dat omstreeks 400 na Chr. de canon van Bijbelverhalen is gesloten.
Maar de ontwikkeling in het denken over rampspoed en het voorkomen ervan is niet gestopt. Maar de culturele evolutie ging en gaat door! Zouden er dan door onze gemeenschappen een aanvullende verhalencanon geschreven moeten worden ? Zouden we dan verhalen lezen over Mandela en Desmund Tutu die verzoening toonden en predikten en/of over de oproep van Paus Franciscus om de dialoog te ontwikkelen om de hij zij tegenstelling te kunnen overwinnen.
Het zou een ongekende revolutie zijn als de ons ingebakken hij – zij tegenstelling opgeheven is.

De voorbereidingsgroep bedacht dat bovenstaande tekst het best in de vorm van een interview verteld kon worden.
.
De vragen voor dit interview

Vraag 1. Wat boeit in het boek ?
Vraag 2. Hebben we aan de bijbel niet genoeg ?
Vraag 3. (na het voorlezen van teksten uit genesis 1 - 3) Wat zegt het verhaal over Adam en Eva over particulier eigendom?
Vraag 4. (na het lezen van 1 Koningen: 18 - 20) De tekst doet voorkomen dat het excessief geweld in het oude testament     direct of indirect van God komt. Geeft het boek hierop een andere kijk?
Vraag 5. (na het lezen uit Job 6) Welk licht laat het boek schijnen op vanuit de verschillende naturen van de mens?
Vraag 6. (na het lezen van Mattheus 15: 22 - 28) Is er in het tweede testament sprake van een ander Godsbeeld en wat is het verband met de derde natuur van de mens?

Slotwoord Jaap Schravesande

Eén van mijn conclusies is dat je de Bijbel niet behoeft te lezen als een onberispelijk geschrift van een onberispelijke God. De Bijbel was 1000 jaar een werk in uitvoering en roept steeds nog weer nieuwe vragen op. Die nog onbeantwoord zijn, maar nog wel om een antwoord vragen.De Bijbel is een dagboek van de mensheid over haar pogingen om haar plek en de rol van de religie in een steeds vernieuwende wereld te vinden. Daar moeten wij mee doorgaan.
Gelukkig is er ook een NT en een paus Franciscus, die pleit voor een dialoog als een vorm van ontmoeting en geen uitbuiting!

Eén ding zal duidelijk zijn. Als er nog een lange toekomst voor de mensheid in het verschiet ligt, dan zal die anders ingevuld moeten worden dan in het verleden en het heden, al was het maar dat nieuwe omstandigheden nieuwe inzichten geven. En omdat we hopelijk geleerd hebben van de mismatches.

Slotwoord Teun van der Ven

1. Als toen ter tijd is er veel rampspoed onder ons in deze wereld.
Ik zou willen dat die rampspoed een centralere plaats in onze Hagediensten krijgt en dat de oplossingen die de samenleving kiest om die rampspoed te voorkomen in onze diensten getoetst worden aan ons geloof.

2. Met de schrijvers van het Oerboek betreur ik de afsluiting van de bijbelse canon.
In de Hagediensten moeten wij ook lezen uit de vervolgverhalen die aangeven hoe ons denken over de voortdurende rampspoed, en de betrokkenheid van God daarbij zich heeft ontwikkeld. Wat zijn dan die verhalen ?? gepopulariseerde wetenschappelijke overzichtsverhalen, romans, krantenartikelen.

3. Het wij zij denken zit in ons ingebakken, en domineert de politiek. In weerwil van onze erfelijke eigenschappen zouden wij een nieuwe revolutie moeten voorbereiden om het ‘wij versus zij’ te vervangen door ‘wij’. Kan er zonder die revolutie ooit vrede komen ?

4. In onze bijeenkomsten moet het ‘Wij” ervaren kunnen worden. Moet er steun ervaren worden voor het lijden en verdriet van de aanwezigen. Moet er waardering en dankbaarheid zijn voor de schepper, de schepping, en het mooie en gebrekkige van ieders leven.

5. Ik moet mijn geloofshouding herzien.
Ik ervaar mijzelf als een vertegenwoordiger van het intellectuele protestantse christendom. En juist die richting zit – volgens de schrijvers van het oerboek op een dood spoor. Ik zou zoeken bij de intuitieve religie aspectenaansluiting moeten, op een bepaalde manier roomser worden.

Aan de verwezenlijking van deze Zomerthemadienst werkten mee: Gerben Baaij, Lies Mikkers, Jaap Schravesande, Ciska Smeink, en Teun van der Ven
Comments