Nieuws‎ > ‎

Prof. Brinkman: Oogst oecumene niet binnengehaald

Geplaatst 6 mei 2016 03:50 door Martin Kemperman   [ 6 mei 2016 05:30 bijgewerkt ]
Dit artikel van Klaas van der Zwaag is overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad van 28-04-2016
Historisch onderzoek naar de verschillen tussen de kerken is nodig, maar zal alleen niet helpen om de kloof te overbruggen. Er moet ook een duidelijke wil zijn om tot elkaar te komen. „De oogst van oecumenische overeenstemmingen in het verleden is helaas nog niet binnengehaald.”
Prof. dr. Martien Brinkman, emeritus hoogleraar oecumenische theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, bundelde onlangs een aantal artikelen over de oecumene vanuit gereformeerd perspectief onder de titel ”A Reformed Voice in the Ecumenical Discussion” (uitg. Brill, Leiden; 292 blz.; € 55,-). Het boek verkent de intensieve discussies over kerk, ambt, doop en avondmaal (eucharistie) die in diverse oecumenische dialogen in de jaren tachtig en negentig zijn gehouden.
Brinkman onderstreept de actualiteit van het leerstuk van de rechtvaardiging. Mensen kunnen zichzelf niet rechtvaardigen, zo verwoordt dit dogma, maar zijn aangewezen op een instantie buiten zichzelf. Rechtvaardiging wil zeggen dat God ons Zijn vergevende liefde toezegt. Deze visie op de rechtvaardiging is voor Brinkman actueel omdat iedere tijd zijn eigen ervaringen van angst en schuld heeft.
Brinkman vindt verder dat het sola Scriptura (alléén de Schrift) verbonden moet worden met het principe dat de kerk van de Reformatie altijd gereformeerd moet worden (de bekende leus ”ecclesia semper reformanda”). Zonder de Schrift ontbeert de kerk elke norm, maar zonder de kerk wordt de Schrift „biblicistisch” uitgelegd of wordt een bepaalde interpretatie van de Schrift verabsoluteerd. Brinkman bepleit het in elke tijd opnieuw formuleren van het geloof waarbij de Schrift en de kerk beide hun onmisbare rol hebben.

Hersenschimmen
Brinkman heeft zich de vraag gesteld of hij voor de nieuwe uitgave de bijdragen nog moest actualiseren, omdat ze immers uit de jaren negentig stammen. Hij deed dat niet, om het historisch feit te onderstrepen dat er aan het eind van de vorige eeuw in de breedte van de kerken overeenstemmingen zijn bereikt ten aanzien van aloude kwesties zoals Schrift en traditie, de visie op de rechtvaardiging, doop en avondmaal (eucharistie) en het offerkarakter van de mis.
Brinkman: „Dat zijn de resultaten van het historisch onderzoek geweest. Dat onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat het concilie van Trente met zijn veroordelingen van de Reformatie hersenschimmen heeft bestreden. De afgevaardigden hadden niet de oorspronkelijke teksten van Luther en Calvijn voor ogen, maar compendia van uit hun verband gerukte zinnen. Dat betekent dat je kunt aantonen dat de toen uitgesproken wederzijdse veroordelingen op tragische misverstanden hebben berust.”
Zo is er volgens Brinkman in de vorige eeuw overeenstemming bereikt ten aanzien van de doop en de eucharistie, met name ten aanzien van het offerkarakter van de mis. Brinkman: „Daar denken protestanten en rooms-katholieken echt gelijk over. De mis wordt niet gezien als een herhaling van het unieke offer van Christus.”
Het breekpunt werd echter uiteindelijk de visie op de kerk en het ambt, aldus de emeritus hoogleraar. „Protestanten dachten een slimmigheidje uit te halen door te denken: als we consensus bereiken over de doop, dan zal dat ook zijn doorwerking hebben op het ambt omdat de doop immers door een geordineerde ambtsdrager wordt verricht. In rooms-katholieke kring is er echter naast de verticale dimensie –de verhouding van God tot de gemeente– ook de horizontale dimensie: de ongebroken successie van de bisschoppen als opvolgers van de apostelen. Die historische lijn kent het protestantisme in die mate niet.”
Moet je niet concluderen: de institutionele oecumene is mislukt?
„Dat kun je zo niet zeggen, maar ik was wel te optimistisch in mijn verwachting dat de bereikte overeenstemmingen ten aanzien van de sacramenten zouden resulteren in die van het ambt. De kerkelijke structuren bleken de belangrijkste obstakels te zijn. Intussen is de oecumene zelf onder invloed van het post-
modernisme veranderd. Tegenwoordig wordt verscheidenheid positief gewaardeerd als een verrijking. Doel van oecumene is niet: we geloven toch allemaal hetzelfde. Dan wordt oecumene zoiets als de grijste, grootste gemene deler.

Mijn favoriete beeld van oecumene is dat van een boeket kleurrijke bloemen. De taak van de oecumenicus is niet om alleen bloemen van dezelfde kleur bijeen te brengen, maar om verschillende soorten in een passend geheel te brengen. De kleur van de ene bloem vereist de kleuren van andere en niet één kan er gemist worden. De taak van de oecumenicus is te laten zien dat de volle katholiciteit van de kerk alle kerkelijke tradities in zich sluit.”
Comments