Nieuws‎ > ‎

Overweging uitvaart Clemens Egelie - 20 oktober 2018 door Cor Spithoven

Geplaatst 8 nov. 2018 06:00 door Martin Kemperman
Noem hem Komende, Liefde. Eerste en Laatste. Alles in allen.
Die woorden klinken nog wat na. Het zijn woorden vol verwachting.
En die mogen hier vanmorgen klinken.
Leven met hoop en verwachting, het wordt ons vanuit de christelijke traditie mee gegeven.
Die christelijke traditie heeft in de loop der eeuwen wel verschillende kleuren gekregen.

Voor Clemens was dat de rooms-katholieke kleur.
Het werd hem zoals we dat zeggen met de paplepel ingegeven.
Zelf schreef hij er ooit over:
“Geboren en getogen in Limburg, betekent ondergedompeld worden in een overweldigende katholieke sfeer. Met mijnheer de deken, de pastoor, de kapelaan. Met de traditie van de bijna dagelijkse kerkgang. ’s Avond na het eten het bidden van het rozenhoedje met het hele gezin. Misdienaar. Processies en de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart.”
Het was al met al een veilig en warm bad.
Het hoorde er bij en er werden nauwelijks vragen over gesteld.

Maar ook Clemens werd ouder. In de puberteit kwamen de eerste vragen.
De kerkelijk leer verwoord in de catechismus, met zijn dogmatiek,
met zijn geboden en verboden sloot steeds minder aan bij zijn beleving
en bij veel van zijn generatiegenoten.
Voor niet weinigen betekende dat uiteindelijk einde verhaal wat geloof en kerk betreft.
Maar niet bij Clemens. Het waren de roerige zestiger jaren, met studentenopstanden,
maar met ook het Tweede Vaticaans concilie en de goede paus Johannes,
er verschenen artikelen van godsdienstpsycholoog Han Fortmann,
ze wezen Clemens de weg naar een andere manier van geloven,
meer open naar de samenleving, meer open ook naar andere christelijke gemeenschappen.
Zelf schrijft hij er over:
“Terugkijkend heb ik vanaf de zestiger jaren mijn inspiratie en geloofsbeleving duidelijk gezocht op vier plekken met randkerkelijke groepen, oecumenische setting, kerk van onderop en maatschappelijk betrokkenheid”.

En zo vonden jullie, Marijke, samen de weg naar oecumenische gesprekskringen,
Arca Pacis, de Hagediensten en de vieringen van de Werkhofgemeenschap.
Clemens was daar niet alleen maar deelnemer, maar ook actief betrokken.
Oecumene was voor hem niet meer ene opdracht, maar een vanzelfsprekend gebeuren.
Fijn dat we hier vanmorgen, komend uit verschillende kerkelijke tradities, in zijn geest samen mogen zijn.

In de zeventiger jaren, vertelde Clemens, kwam zijn geloofsspoor samen met het vredesspoor.
Zo kwam er een IKV, Interkerkelijk Vredesberaad in Driebergen en later werden jullie actief in de Sabeel-beweging.
Er is heel wat actie gevoerd, veel gediscussieerd, volop gedemonstreerd, maar in de geest van Clemens altijd geweldloos.

Heeft het iets opgeleverd, zal de cynicus vragen?
Er liggen nog steeds kernwapens in de wereld, ook in Nederland, vrede tussen Israëliërs en Palestijnen lijkt verder weg dan ooit, maar jullie zijn blijven hopen.
“Hoop is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd.”,
woorden die toegeschreven worden aan Vaclav Havèl.
Voorbij de horizon, dat kun je dus niet zien,
maar het kan niet anders dat ook daar een werkelijkheid is,
dat ook daar mensen leven die verlangen naar vrede en gerechtigheid,
mensen voor wie je een boom kunt planten.
Het zal nog vele jaren duren voor hij vrucht zal dragen,
Maar je mag blijven hopen dat eens die dag zal komen.
Hopen, ondanks alles.
Hopen, zegt Havèl, met de zekerheid dat iets zinvol is, onafgezien van het resultaat.

Johannes, de schrijver van het bijbelboek Openbaring, mocht in een visioen iets zien van achter die horizon.
Hij ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Als balling verbleef hij op het eiland Patmos,
en hij zag de gruwelen om zich heen van machthebbers die de kleinen kleineerden.

Elke tijd kent zo zijn machthebbers.
We kijken nu met schaamte terug op de koloniale tijd waarin slavernij heel gewoon was
en volken werden uitgebuit, grondstoffen en kunst geroofd.
Nog steeds worden we geconfronteerd met cijfers waaruit blijkt dat rijken steeds rijker worden en in verhouding daarmee armen steeds armer.
En dat is geen nepnieuws.
Clemens, de man die altijd naar oplossingen zocht, mocht ook hier werken aan kleine tekens van hoop,
door zijn betrokkenheid bij de Wereldwinkel en zijn inzet om de Utrechtse Heuvelrug tot een fair trade gemeente te maken.

Zien, soms even, schreef ooit Huub Oosterhuis, van een andere wereld.
Soms, even, mogen we iets zien van dat nieuwe Jeruzalem,
waar vluchtelingen worden opgevangen,
waar zieken worden getroost,
waar slachtoffers van geweld of van natuurrampen nieuwe kansen krijgen.
Soms mogen we er iets van zien dat God onder de mensen wil wonen
overal waar zij iets van zijn beeld uitdragen.

Ook Clemens heeft in zijn leven daar iets van mogen laten zien.
We geven hem vandaag uit handen met de woorden die Johannes hoorde in zijn visioen:
Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.
Comments