Nieuws‎ > ‎

Overweging tijdens de Herdenkingsdienst van Bert de Jong Joke de Zwaan

Geplaatst 4 aug. 2017 04:04 door Hagediensten Heuvelrug
Bert, ik zie hem nog staan, naast de vleugel, één van de tenoren van de cantorij.
Een beetje gebogen, soms een glimlach…
een man in zichzelf, met zichzelf en toch ook heel betrokken bij ieder van ons in de kring.

Na zijn sterven bleek dat hij een ‘geloofstestament’ had gemaakt ’, zodat het voor zijn zonen makkelijker zou worden om deze dag vorm te gen. Hij beschreef wat er boven zijn rouwkaart zou moeten komen te staan;’ Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig en verdraag elkaar uit liefde.
In dat testament ook liederen die hij graag gezongen zou willen hebben, teksten die gelezen zouden kunnen worden. Let wel zouden kunnen, want de zonen werd ook de vrijheid gegeven zelf mee te mogen denken en keuzes maken.
Dat hebben zij dan ook gedaan. Een mooie en intensieve zaterdagmorgen waren wij rondom deze dienst bij elkaar.
De liederen , de teksten… Bert maakte het ons niet zo moeilijk.

Psalm 121 werd ook door hem genoemd.
We kozen ervoor om  hem te lezen in die enigszins vrij vertaalde versie van Huub Oosterhuis, die u zojuist hoorde.
Een pelgrimslied, het tweede in de 15 die samen een op weg gaan bezingen. Waar naar toe? Naar Jeruzalem, de tempel van de Eeuwige, zoals in psalm 122 wordt gemeld? Het zou kunnen, maar even goed kun je erin lezen dat het in die 15 liederen gaat over de levensreis van de mens die zich laat leiden door de Eeuwige.
Waar komt mijn hulp vandaan in die tocht door het leven, waarin hoogte en dieptepunten ,vreugde en verdriet benoemd worden? Dat alles valt te lezen in die liederen waar …pelgrimslied boven staat.

Over de levensreis van Bert heeft u in de verhalen van Casper en Kaz al het één en ander gehoord. Een opa om veel van te blijven houden, je leven door. Een vader die meer betrokken op je was dan hij vaak liet merken, die bezorgd om je was, die trots op je was zonder dat hij het ooit uitsprak naar jou toe.
Met Gerda met wie hij 52 jaar getrouwd was, met zijn zonen hun partners en de kleinkinderen, smeedde hij een intense band.
Daaromheen meerdere cirkels, waarin hij geliefd was door zijn vriendelijkheid , zijn mildheid, zijn humor. Zijn broers en schoonfamilie, zijn vrienden in Driebergen waar hij mee biljartte, de beleggingsclub, de Bijbelkring bij Jan en Marieke van der Linden, het koor in Utrecht.

De laatste jaren zat hij regelmatig bij Frits en mij aan tafel, als gebed voor het eten lazen we meestal een psalm uit die bundel van 150 psalmen vrij. Hij genoot van die taal, van de ruimte die ze gaven, de troost die er vanuit ging, woorden die dicht bij hem konden komen.
Zo voelde hij zich ook thuis in de vieringen van de Hagedienst. Daar schreef hij ook wat over in zijn ‘geloofstestament’. Ik lees u daar wat uit voor:

        ‘Veel mensen laten hun geloof in God los, of geloven niet meer in het strenge en afgepaste van vroeger. Het is niet aan             mij om te oordelen over het geloof van mijn medemensen.
         Daarom kan/wil ik met iedereen die gelooft mijn en zijn geloof samen beleven. Dat is voor mij de grondslag van de                 oecumenische Hagediensten’

Oecumene… het woord betekent: ‘de gehele bewoonde wereld, als plaats van God’… daar ging zijn hart naar uit.
Leven in de tijd die hem gegeven werd, temidden van ons daar genoot hij van, daar werd hij gelukkig van, daarvan zei het vaak: ik voel me een gezegend mens. Tot en met zijn 90e jaar was zijn agenda nog altijd goed gevuld. Met zijn auto reed hij vele kilometers. De laatste jaren niet zonder schrammen deuken en, maar toch. Augustus vorig jaar verliep zijn rijbewijs en daar mee verloor hij ook zijn vrijheid. Lastige maanden braken aan, toen herfst en winter buiten en in zijn bestaan hun intrede deden. Zijn 91e verjaardag bracht hij door in het ziekenhuis.
De laatste maanden verbleef hij in Koningsbrugge, het verpleeghuis waar ze hem hoog achtten, hem gezelligheid boden en zelfs nog met hem op een tweelingfiets naar zijn nieuwe Centraal station zijn wezen kijken. Een brede glimlach op zijn gezicht laat de foto die er gemaakt is zien.
Maar toen kwam de val waarbij hij zijn heup brak, kort daarna een herseninfarct dat meer verlamde dan alleen zijn arm.

In de gesprekken aan tafel wanneer hij bij ons at, hadden we het soms ook soms over het leven na dit leven.
Over één ding was hij heel duidelijk, hij was niet bang om te gaan sterven, hoezeer hij ook aan het leven hechtte.. zijn diepste verlangen, tegelijk ook zijn vertrouwen, was dat hij wanneer hij de drempel van het leven over zou gaan, hij Gerda weer zou zien.

In zijn ‘geloofstestament’ gaf hij nog een tekst aan om vanmorgen iets over te zeggen
Een tekst uit 1 Tessalonicenzen 4. Daarin gaat het over hoe de mens bewaard wordt in en bij God wanneer hij sterft.
In een gesprek met Jaap van Eekelen over wat Pasen voor hem betekende zei Bert:
            ‘Zoals Jezus na zijn dood is opgestaan, zo zullen ook wij na ons sterven een nieuw leven kennen. Een Leven in Gods                     nabijheid.'
 En zei hij daarbij:
            'De dood van Jezus heeft voor mij niets te maken met zonde en verzoening.’
Ook sprak hij met Jaap over eeuwigheid.. een onbegrijpelijk woord. Wie van ons weet het antwoord?
Bert zei toen …
            ‘Na onze dood verlaten we de tijd, vallen we buiten de tijd’.

De laatste anderhalve week leek het of hij voortdurend lag te slapen, bezoek zat naast hem.
Zijn zonen waren veel bij hem, tot en met zijn laatste ademtocht.
En zo gleed hij weg uit de tijd…tot hij buiten de tijd viel op woensdagavond een week geleden.

De psalmdichter verwoordt het zo:

            ‘Kom jij hoog van de bergen
             mij helpen-
             wat zien mijn ogen

             De schepper van hemel en aarde
             mijn helper
             Hij zal je ziel bewaren
             is mij gezegd

             Ik ga mijn weg kom veilig aan.

 

Comments