Nieuws‎ > ‎

Overweging Oecumenische Vredesdienst 24 september 2017 ds. Hans Baart

Geplaatst 29 sep. 2017 04:45 door Hagediensten Heuvelrug
Gemeente van onze Heer,

Vrede – waar begin je? Syrië. Kindsoldaten in Afrika. Trump en Kim Jong-un. Terroristische aanslagen. Vrede? Er is geen beginnen aan.
Laten we allereerst dankbaar zijn. Dankbaar dat we al generaties lang opgroeien zonder oorlog. Oorlog is altijd landsgrenzen. Of een supermarktoorlog.
Maar wat is vrede? Dit boekje 'Vrede kun je leren' hebben twee Belgen geschreven na de aanslagen in Brussel. Van de aanslagen hebben ze geleerd
1. dat het afschuwelijk is en alle waakzaamheid verdient;
2. dat niet alleen de terroristen ziek zijn.
Want hoe gezond kun je een samenleving noemen – en laten we gelijk maar naar Nederland kijken: twee van de drie huwelijken blijft overeind, maar wat is daar veel teleurstelling, frustratie en onbegrip; steeds meer pubers worden depressief; miljoenen dieren lijden aan onze manier van kopen en eten. En wereldwijd: ik las dat meer mensen overlijden door wat ze zichzelf aandoen, dan door oorlogsgeweld, misdaad en terrorisme tezamen. Terrorisme aanpakken? Natuurlijk, stellen de Belgen. Maar vrede is meer. Onszelf moeten we aanpakken, willen we de vrede leren.

Vrede – waar begin je? Bij jezelf. Zegt Jezus ook. “Zoek eerst het koninkrijk van God en Gods gerechtigheid.” Hoe? “Door niet bezorgd te zijn.” Hij zegt het tegen mensen van het land: boeren en boerinnen. Ze zaaien maar, ze maaien maar. En al gauw met zo’n verbeten blik: als het maar opkomt. Als het maar gaat regenen. Als de vogels het zaad maar niet vreten. Als… Hun vrouwen niet anders. Zorgen over het dagelijks bestaan. Tot laat in de avond bij een olielampje spinnen ze hun wol, weven ze hun kleren. En hoe snel wordt iets moois maken niet een bittere taak, zoals de vrouwen ervaren die ver weg onze kleding zitten te maken tegen een hongerloontje.
Jezus zegt: ‘Boer, kijk eens omhoog. Er vliegen geen hamsters! Zie de vogels vrij vliegen: niet zaaien, niet maaien.’ Hoog Sammy, kijk omhoog. ‘Vrouw, kijk door het raam, daar staat geen weefgetouw. Zie de bloemen met de mooiste kleuren. Zij weven niet.’
Zoiets zouden wij niet durven zeggen, met onze kasten vol eten, vol kleren. Wat zou je de mensen irriteren!!! Maar Jezus, een van hen, zegt het: Is het leven niet meer? Zijn jullie niet meer waard?

Tweeduizend jaar later zeggen veel mensen eindelijk iets soortgelijks: er moet toch meer in het leven zijn? We zijn allemaal gestrikt door Mammon, symbool voor bezit: ja, hij wil ons bezitten. Hij verstrikt ons in leningen, hypotheken, geldzorgen voor studerende kinderen. Hij laat ons kijken naar wat een ander toch maar mooi heeft. Mammon doet ons denken: alles moet kunnen – dus als het niet kan ben je een loser. Het maakt jongeren kwetsbaar die niet mee kunnen doen: depressie, misschien zelfs extremisme. We offeren Mammon onze tijd, de weekagenda vol van naar het werk en thuiskomen, verplichtingen, kinderopvang managen, eten op tafel krijgen. Zoveel stress.
Jezus gaat er vol in: niet doen! Kom eens los van dat uiterlijke, dat materialisme, dat ons allemaal gevangen houdt in eindeloze competitie, geldingsdrang, overconsumptie. Eerst raken we onze binnenkant kwijt door Mammon. Vervolgens zoeken bij hem ons heil: verdriet eten we weg, rouw moet verwerkt, ontspannen lukt alleen nog met een dure reis, ‘voel je goed, koop nieuwe kleren.’

Maar die binnenkant? Op bezoek bij een gezin met best wat problemen gaf ik aan dat ik niet alles op kon lossen. De vrouw des huizes zat er niet mee. Ze zei: nee, maar jij bent de eerste die luistert. Toen barstte ze in huilen uit.
Als protestant bewonder ik Paus Franciscus. Ik heb zelfs een t-shirt van hem. Hij schrijft in Laudato Si: “hoe leger iemands hart is, des te groter de behoefte om dingen te kopen, te bezitten, te consumeren.” Dat dat de wereldvrede bedreigt en mensen tegen elkaar opzet, ziet hij ook: “Obsessie voor een consumptieve levensstijl kan alleen maar leiden tot geweld en wederzijdse vernietiging, vooral als maar weinigen zich die stijl kunnen veroorloven.” Het wordt bovendien een ramp voor de schepping, want: “als iemand niet stil leert staan om iets moois te bewonderen, is het niet verbazingwekkend dat alles voor hem iets wordt om te gebruiken en nietsontziend te misbruiken.” > Kijk naar de vogels. > Kijk naar de bloemen.

Als dat waar is heeft Jezus gelijk: Mammon staat de Eeuwige in de weg. De dwang overheerst de vrijheid, het uiterlijk verdringt het innerlijk, de onvrede staat op de plaats van de dankbaarheid. Vrede – waar begin je? Naar buiten? Naar anderen? We zullen naar binnen moeten. Werken aan ons zelf. Alleen wie vrede kent, brengt vrede.
‘Is leven niet meer dan voedsel?’ vraagt Jezus. We leven niet bij brood alleen. We leven van liefde, erkenning, verbondenheid, zinvol leven, het gevoel echt te leven. Je mag je afvragen: waarom zou God mij dit leven gegeven hebben?
Van binnen ga je ook de schaduwzijde onder ogen zien: als het je niet lukt, onvoldoende erkenning krijgt, geen aandacht, staat er alleen voor.

De Belgen schrijven: als we niet erkennen wat onze basisbehoeften zijn, kunnen we allemaal gewelddadig worden. Misschien geen terrorist. Maar wel een zure echtgenoot. Of een dwars kind. Of een bozige collega.
De Belgen pleiten voor mindfulness, geweldloze communicatie en compassie, mocht u dat iets zeggen. Lees het zelf maar eens na. Echt mooi. Ze noemen ook Nelson Mandela over de fundamenten van dat innerlijke leven zoals hij dat ziet: eerlijkheid, oprechtheid, eenvoud, nederigheid, vrijgevigheid, afwezigheid van ijdelheid en bereidheid anderen te dienen. Kan iedereen dat? Ja, echt, maar “je kunt” schreef Mandela in gevangenschap, “in die dingen niet ver komen zonder oprechte introspectie, zonder jezelf te kennen, je zwakheden en fouten.” Kwartiertje mediteren, raadt hij aan, elke dag voor het slapen.
De Belgen en Mandela zijn duidelijk: Vrede – waar begin je? > Met echte aandacht voor je innerlijk. Neem de tijd, regelmatig, om te groeien, van binnen.

In de kring om Jezus kunnen we zelfs een stap verder. Gaan we bidden. Straks gaat u uw antwoord opschrijven op de vraag: Vrede – waar begin jij? Ik schrijf bidden op. Echt. Niet van ‘Heer, geef toch vrede, amen’. Maar: je innerlijk blootleggen voor God. Wat je bezighoudt, waar je tegenaan loopt, waar je blij maakt, wat niet lukte, je frustreert, zorgen baart.
Gaan ontdekken waarom je zo doet en zus reageert. *Waarom je de keuze van je zoon afwees – je bent bang voor zijn toekomst; *waarom je blijft hangen in een baan waar je op moppert – angst, weinig vertrouwen; *waarom je je vrouw niet meer op een voetstuk zet – want je mist de band die je niet kunt missen; *waarom je spijt hebt van een verhuizing – omdat je lieve mensen om je heen nodig hebt. Ga maar door. Bidden neemt de tijd om in alle rust dat hele leven van je te binnen halen, dag in dag uit – de introspectie van Mandela. En bidden durft dat in het licht van de Eeuwige te zetten. En dan gaan merken dat Hij veel genadiger voor je is dan jij voor jezelf. Hij vergeeft waar wij vaak niet kunnen, is trouw toen we opgaven, zijn tedere liefde doet je goed. Biddend vind je zijn vriendschap, groeit het vertrouwen dat Hij voor ons zorgt, al blijven we behoorlijk worstelen met dat ontzorgen. Bij de onbezorgde Jezus kwam ook niet alles op zijn pootjes terecht. Maar Gods trouw en liefde bleven. Jezus bad ook veel.

Het bidden volhouden is gaan ontdekken: in zijn liefde is een plek voor mij. En wie dat ontdekt, hoeft anderen niet meer zo nodig van hun plek te stoten.

Ik verbeeld me: wie bidt, díe werkt aan vrede.

AMEN

Comments