Nieuws‎ > ‎

'Let's work together'- twee weken Tent of Nations. Martin Kemperman

Geplaatst 24 nov. 2017 03:57 door Martin Kemperman   [ 24 nov. 2017 06:27 bijgewerkt ]
Al weer ruim een week ben ik terug in Nederland. Aan het grijze en natte weer raak ik niet gewend. Het meest mis ik nog de eenvoud van het leven op de heuvel. Het buiten zijn met de aandacht gericht op het snoeien van de olijfbomen en het prepareren van de grond om het in de wintermaanden elke druppel regen op te laten zuigen. We hebben in twee weken tijd  meer dan duizend bomen verzorgd en ik voel me een rijk mens dat ik hier volop van heb kunnen genieten.


Voor de familie Nassar heeft de olijfboom naast de bestaande betekenis van welvaart ,vrede en zuiverheid ook de betekenis van onverzettelijkheid en een onverbrekelijke band met de natuur. Om de boom zijn nauwelijks insecten en als je er dan een vindt is het meteen een heel bijzondere.

Ook denk ik met weemoed terug aan de mooie gesprekken met de jonge vrijwilligers. Op een zonnige en warme vrijdagmorgen werk ik met Dina (een jonge Joodse vrijwilliger) en Malvina (een Poolse globetrotter, die veel mediteert) beneden in de vallei. We hebben uitzicht op meerdere nederzettingen die onze heuvel omsluiten. Tijdens de koffiepauze krijgen we het over de betekenis van het Joodse religieuze voor zogenaamde seculiere mensen als Dina. Zij vertelt hoe zij geniet van de sfeer op sabbat en over de boeiende lessen filosofie die zij op school kreeg van een orthodox Joodse filosofiedocent. Zij genoot van de rijke geschiedenis van het Joodse denken en hield levendige discussies over de toepassing hiervan op de politieke situatie van nu. Tijdens ons gesprek komt ook de filosoof Levinas ter sprake, die concludeert dat je God niet anders kunt ontmoeten dan in de ogen van een ander. Een mooie tekst waar we ons gedrieën in vinden.


Samen met een vijftal kranige, 70-plus vrijwilligers bezoek ik Bethlehem.
Eerst het levendige straatleven in Bethlehem opsnuiven (lekker kruidig en kleurrijk, ook de mensen) dan braaf naar de lutherse kerk. Daarna naar de muur en tenslotte een ontmoeting met een Palestijns Duitse vrouw die vertelt hoe in 1967 de olijfboomgaard van haar familie door bulldozers is vernield en haar vader kort daarna is overleden. Hoewel ze het verhaal al honderden keren verteld moet hebben is haar verdriet de voelbare ondertoon. Van het bezoek aan de muur raak ik aan de war. Het kolossale betonnen gevaarte is enorm deprimerend, maar ik stoor me ook aan de reacties van de Duitse vrijwilligers, die luidkeels hun verontwaardiging kenbaar maken bij elk verhaal dat op een keten van grote posters staat te lezen en waarin Palestijnse vrouwen en jongeren vertellen over hun ervaringen met het oorlog. Ik zie jonge Palestijnen die vrolijk poseren bij de muur en doen alsof het een attractie van de eerste orde is. Is dit een ludiek protest? En wat te denken van de kunstenaar Bansky die in het holst van de nacht met graffiti zijn afschuw kenbaar maakte en er nu een commercieel succes aan over lijkt te houden? Pas later op de dag hoor ik dat de Duitsers elkaar kennen sinds 1997 toen zij als vrijwilliger actief waren bij een bouwproject van lemen huizen voor de mensen uit besmettingszone 2 rond Tsjernobyl. Zou mijn reactie anders zijn geweest als ik dit eerder had geweten?

Ergens op de muur staat klein de volgende tekst te lezen: If you have come here to help me, you are wasting your time. But if you have come because your liberation is bound up with mine, then let us work together. Bij mijn werk bij de Tent of Nations moet ik hier vaak aan denken.

Het bezoek aan Hebron gaat me niet in de koude kleren zitten. Met twee andere vrijwilligers krijg ik een rondleiding door de oude stad van een gids van de ‘Youth Against Setlements’. Om daar te komen moeten we eerst door een checkpoint want we komen in de gebied waar joodse kolonisten zich soms met grof geweld en altijd met bescherming van het leger gesetteld hebben en de meeste Palestijnen zijn weg getrokken al dan niet gedwongen of gepest.


Voor het checkpoint staat een Palestijn die vertelt dat hij al een kwartier wacht. Na een gesprek in het Hebreeuws met de commandant druipt hij af. Hoe vaak zal hem op deze manier de toegang tot zijn huis geweigerd zijn?
Na een kwartier wachten mogen wij er wel door. In dat kwartier passeren tientallen setlers het checkpoint vanaf de andere kant. Joelend, zingend, kinderwagens voortduwend, uitbundig de soldaten groetend lopen zij in de richting van het graf van Sara. Op deze elfde november herdenken ze dat Abraham hier ooit een graf voor Sara heeft gekocht. Gaan zij in deze uitbundige stemming naar het graf om te bidden?


Als wij door het checkpoint zijn worden we opgewacht door een jonge Palestijn die ons naar het buis van de YAS brengt. Het huis ligt pal naast een setlement. Een soldaat roept dat we niet naar binnen mogen. Iemand uit het huis roept iets terug en wij kunnen doorlopen. Na een lange uitleg over de recente geschiedenis van Hebron bezoeken we met een Zweedse gids de belangrijkste straat van Hebron, de Shuhadastraat, waar vroeger dagelijks markt was en waar het nu krioelt van de setlers. Overal staan campers en tentjes. De gids vertelt dat driekwart van de Palestijnse bewoners de wijk heeft verlaten en dat er nu setlers wonen. De setlers hebben hier alle ruimte en bescherming. Het gooien van stenen wordt oogluikend toegestaan terwijl er met scherp wordt geschoten op Palestijnen, ook kinderen op weg naar school, die een stap zetten op dat deel van de straat dat voor de setlers is gereserveerd.
Tegenover ons gedraagt de meesten zich onverschillig en sommigen onbeschoft. Als ik een foto wil maken krijg ik water naar mijn hoofd gegooid en komt iemand dreigend op mij aflopen. Als we stilstaan omdat onze Zweedse gids ons iets uitlegt spuugt iemand twee keer vlak voor onze voeten. Een jonge settler houdt me tegen en beveelt me om mijn paspoort laat zien. Ik weiger dat vriendelijk en met veel stennis druipt hij af. Maar de ene setler is de andere niet. Ik zie ook blije, vermoeide, gehaaste en zoekende gezichten. Vind ik best een sterk wapen. Een paar dagen later spreek ik in een bus een jonge Palestijnse vrouw uit Hebron. ‘Jullie moeten een zwaar leven hebben met al die setlers in en om de stad’ opper ik. Zij glimlacht en antwoordt: “we are used on it.”


Bij mijn afscheid van de Tent of Nations vragen de broers Nassar met klem of ik de mensen van mijn church de groeten wil doen en bedanken voor het geld voor de bomen. En als de bomen in januari / februari geplant gaan worden moet ik beslist terug komen. Niet voor twee weken maar voor drie maanden of meer. Een mooi compliment toch? Hoe dan ook, de nieuwe bomen zullen geplant worden met behulp van een uitgekiend systeem waardoor de pas geplante bomen zeven maanden lang geen water toegediend hoeven te krijgen.

Comments