Nieuws‎ > ‎

In Memoriam Bert de Jong Kaz de Jong

Geplaatst 4 aug. 2017 04:17 door Hagediensten Heuvelrug   [ 4 aug. 2017 04:18 bijgewerkt ]
Wij zijn bedroefd om het overlijden van onze vader. Het nieuwe zijn als wees is nog onwennig voor mij. Ondanks het verdriet, is het overlijden van mijn vader ook het begin van een mooie herinnering. Ik wil dat proberen met u te delen.

Mijn vader werd geboren in Meppel, als derde van uiteindelijk 4 broers. In een gezin waarin het geloof leidend was. Geen blijmoedig geloof. Mijn vader is opgevoed in deugd, plicht, verantwoordelijkheid, zonde, berouw, schuld en de stelligheid dat dit leven op aarde slechts was om in de hemel te komen. Het moest daarom vooral nuttig zijn, dienend aan een groter geheel. Het leverde mijn vader een tobbende en sombere kant op. Het glas begon voor hem vaak half leeg.

Dat was niet alles. Onder die schil van zwarigheid zat ook een levensgenieter, iemand die altijd het goede in de mensen zag. De ondeugendheid kwam al snel tot volle wasdom. In Meppel stond mijn vader samen met zijn vriendje Ekkie bekend als belletje trekker. Weglopen was er niet bij want Pa vertelde mij onlangs: de lol was het verbaasde gezicht te zien van degene die open deed. Eenmaal verhuist naar Leiden zette hij het kattenkwaad voort met zijn jongste broertje Gerard. Wij waren een berucht stel, zei Pa nog vlak voor zijn dood.

De verhouding tussen deze twee kanten is zijn levens thema geweest. Tenminste zoals ik het zie. Aan het einde van zijn leven durf ik te zeggen dat de echte Bert een was die zelfs na zware tegenslag nog elke keer kon zeggen: Ik ben gelukkig en nog elke dag blij dat ik wakker wordt. Het zware en vaak ook normerende van het strenge geloof transformeerde naar wat in zijn rouwkaart staat: toch nog… wees bescheiden, maar ook accepteer elkaar en elkaars opvattingen zachtmoedig en geduldig. Verdraag elkaar uit liefde.

Mijn vaders onbezorgde jeugd kwam ten einde toen de oorlog begon. Mijn grootvader werd door de Duitsers gezocht, zijn oudste broers moesten onderduiken voor de Arbeitseinsatz. Aan het einde van de oorlog moest Pa ook onderduiken. Dat was een vervelende tijd. Stel je voor je bent 15 jaar, nooit naar buiten, stil op een kamertje zitten. Eindeloze dagen, zonder te weten hoe lang het duurt. Een geluk was dat hij ondergedoken was bij een banket bakker. Hij heeft daar ongetwijfeld het zoete leren waarderen. Het Hedonisme als levenshouding was geboren.

De oorlog heeft een enorme doorwerking gehad. Hij was er veel mee bezig. Die hele reeks van de geschiedschrijver de Jong staat nu nog in zijn kast. Door reconstructie van die periode probeerde hij het te begrijpen. Als wij ons eten niet opaten dan zei hij weleens. In de oorlog hadden de mensen niets te eten. Waarop wij antwoorden; maar jij zat toch bij een banketbakker?

Zijn leven kende vele bijzondere gebeurtenissen. Maar een de belangrijkste. Die heeft hij voor ons beschreven. ‘Op een verjaardag van een vriendin van mij, trof ik daar Gerda. Verder nog niets bijzonders, maar ik vond haar wel heel aardig. Ik studeerde thuis en was gewoon ‘s middags, na een dag studeren, een wandeling te maken. Het was meestal dezelfde route. Toen ik daar op een bepaalde dag van afweek, wist ik zeker dat ik bij een bepaald portiek op de Breestraat in Leiden dat ‘aardige meisje’ zou ontmoeten. En, je zou het niet geloven, daar ontmoeten wij elkaar. ‘T was september, we vierden 3 oktober (Leidens Ontzet), zo is het gekomen.’ En dan komt heel even dat die zingevingskant, het voorbestemde om de hoek. ‘Is dit toeval? Ik zie en geloof dat alle stappen door God zijn geleid’.

Met mijn moeder aan zijn zijde voor maar liefst 58 jaar was het makkelijker voor Bert om het leven minder zwaar te gaan zien. Hij omschrijft haar als realistisch en vrolijk. Als ik de lijn van mijn vader volg dan was het blijkbaar Gods wil om de vrolijke, hedonistische kant van mijn vader te laten bloeien. Zij deelden hun liefde voor mensen. Beiden zij echte mensen mensen. Loyaal en trouw in goede en slechte tijden. Heel veel relaties zijn door de jaren heen gebleven. In de papieren vonden wij vele adressenlijsten van verschillende groepen: de beleggingsclub, de NS borrelclub, de 1 Jachtlaan mailing lijst, enz. Een bijzondere groep voor mijn vader en moeder was die van de Hagediensten. Dit was voor hun een spirituele thuiskomst. Losgekomen van het in mijn vaders woorden: ‘dogmatische, strenge en in afgepaste’ van vroeger konden zij daar samen met iedereen hun en zijn geloof beleven. Mijn vader schrijft: ‘het is niet aan mij te oordelen over het geloof van anderen’.

Dat was wel eens anders. Mijn vader heeft er veel moeite mee gehad dat wij als kinderen kerk, geloof, bijbel en in zijn beleving ‘het eeuwige leven ’de rug toekeerde. Nog heel veel jaren is hij blijven proberen. Maar ook in zijn persoonlijk leven werd het anders. Dat zijn eigen kinderen door zijn kerk van het geloof vervreemden zette mijn ouders aan het denken. Mijn moeder ging hem voor in de zoektocht naar ander licht. Zij experimenteerde met andere geloofskringen. Mijn vader hoopte nog het bestaande te veranderen. Hij deed nog een hervormingspoging. Mijn vader blijft lang trouw aan dingen, soms wel eens te lang. Uiteindelijk vonden zij hun spirituele thuis bij de groep die in deze kapel bijeenkwam. Deze plek was erg belangrijk voor hem.

Een koekoeksklok was in Bourtange
in een huis aan de muur opgehangen.
''t Is de tijd, die 'k benijd,'
zei de vogel met spijt,
'want die vliegt en ik zit hier gevangen.'


Mijn vader kon te pas en te onpas plotseling een gedichtje of limmerick opdreunen. Tijdens de kennismaking in de Koningsbruggen verbaasde hij het personeel met een spervuur van gedichtjes. Foutloos, ondanks zijn gesleten geheugen.

Mijn vader was trots op ons. 'Mijn zoons zijn goed voor mij', zei hij regelmatig. Af en toe dacht ik: Dat was niet altijd zo. Wij zijn eigenzinnig en weten veel beter. Wij gaan onze eigen weg en dat was vaak niet de weg die Pa voor ogen had. ‘Jongen denk aan je toekomst’. Hij zei het regelmatig. Adviezen werden gegeven vanuit de consolidatie en het aanpassen. Zijn grootste angst, zoals elke ouder, maar vooral bij hem was dat zijn kinderen niet goed terecht kwamen. Hij moest dan ook ernstig slikken toen ik hem vertelde dat ik een nieuwe werkplek had gevonden in Sarajevo. Het was volop oorlog. Hij was dubbel bang: voor mijn leven en mijn toekomst. Eigenlijk kon het niet erger. Hij steunde mijn keuze volledig zette zich er vierkant achter.

Pa was in zijn eigen werk ook avontuurlijk. Maar dan op een andere manier. Hij werd verantwoordelijk voor het beheer van het NS Onroerend. Dat was nieuw en zeker geen geëffend pad. De ware Bert kwam boven: creatief, vindingrijk en met veel doorzettingsvermogen is een businessmodel neergezet dat nu door de NS in heel Nederland wordt toegepast: station met erbij winkels en kantoren. En het is als zoon nog steeds leuk met de trein door het land te reizen en daar de projecten van mijn vader te zien: Stichthage in Den Haag, Station Amersfoort, en ook het hoofdgebouw van NS in Utrecht. De combinatie van gereformeerde degelijkheid en het cement van de goede relaties, consensus, en het goede leven zorgde voor soliede bouwsels. Velen staan nog steeds. Op zijn afscheidsreceptie bleek hoe hij werd gewaardeerd. Meer dan 600 mensen kwamen afscheid nemen. Op die gelegenheid werd hij benoemd tot ‘Officier in de Orde van Oranje Nassau’.

In de jaren van de NS begon pa zijn levenslange strijd tegen de weegschaal. Het bourgondische kreeg vaste voet aan de grond. Etentje hier, borreltje daar het hield niet op. Mijn vader zijn ronde buik was een bron van vertier voor zijn kleinkinderen. Er even opdrukken en dan maakte Opa allerlei geluiden. Geheel in stijl van het Bourgondische werd Frankrijk zijn favoriete vakantie land. En als ik Frankrijk zeg, dan zeg ik ook de familie Ferwerda met wie wij heel vaak samen gingen. Theo en Riet Ferwerda waren goede vrienden van mijn ouders. Theo was dominee. Theo en mijn vader ontmoetten elkaar in de kerk in Amsterdam. Hun vriendschap kreeg pas vorm op de vele campings waar de lokale wijn en kaas uitgeprobeerd werden. De herinneringen aan deze vakanties zijn dierbaar. Mijn vader is overleden met de vaste overtuiging dat hij zijn Gerda zou zien zodra hij over de drempel ging. Daar had hij veel steun aan. Als dat zo is dan denk ik dat zij nu met de Ferwerda’s aan de wijn en de kaas zitten.

Na 53 jaar huwelijk liep het sprookje met zijn bijzondere vrouw ten einde. Dat was een enorme slag die hij in zijn woorden te boven kwam ‘dankzij mijn kinderen, de kleinkinderen en de vele vrienden die om mij heen stonden’. Ik vind dat iets te bescheiden. Mijn vader heeft tijdens zijn leven het vermogen ontwikkeld om te accepteren wat er op zijn weg komt. Sans rancune. Dat is bijzonder en echt gemeend. Hij nam een ieder zoals hij was en sprak nooit slecht over iemand. Natuurlijk begreep hij soms mensen niet. Maar veroordelen dat deed hij niet. Met die instelling veroverde hij de harten van de verpleegkundigen in de ziekenhuizen die hij bezocht aan het einde van zijn leven. Het personeel van de Konigsbruggen, wat in de kort zijn thuis was geworden, vindt het een lieve man, een levensgenieter. Dat is een mooie herinnering.

In Siddeburen was een bok
die machtverhief en worteltrok.
Die bok heeft onlangs onverschrokken
de wortel uit zichzelf getrokken,
waarna hij zonder ongerief
zich weer in het kwadraat verhief.
Maar ‘t feit waardoor hij voort zal leven
is, dat hij achteraf nog even
de massa die hem huldigde
met vijf vermenigvuldigde


Het zal u opgevallen dat ik tot nu niets over muziek gezegd heb. Muziek was heel belangrijk in Pa’s leven. Het zangkoor maar vooral de piano was zijn lust en zijn leven. Vooral nadat mijn moeder overleden was, was het ook een bron van troost. Ook in de muziek heeft mijn vader een zelfde ontwikkeling doorgemaakt. Hij leerde op vroege leeftijd pianospelen. Hard en plichtmatig oefenen. Vele uren. Boeken vol met notenbalken als rijk gevuld krentenbrood. Op veel latere leeftijd veranderde dit. Het muzikale in memoriam laat ik graag over aan degene die hem die hem leerde muziek te maken: zijn vriend Frits de Zwaan.  
Comments