Nieuws‎ > ‎

Het Oerboek - een samenvatting Philip Idenburg

Geplaatst 4 aug. 2017 01:05 door Hagediensten Heuvelrug

In het Oerboek wordt de vraag naar het Goede en de antwoorden die het geloof/God daarop geven radicaal omgedraaid. Niet de antwoorden staan centraal, maar de vragen: op welke vragen geeft het Oerboek, de Bijbel eigenlijk antwoord?

De schrijvers geven, na een grondige studie van jaren, een duidelijke samenvatting van vijf verschillende soorten vragen en de vaak tegenstrijdige antwoorden die je daarop in de Bijbel kunt terugvinden. Maar voordat je die antwoorden aan het eind van het boek als een verademing leest, nodigen de auteurs je in meer dan 400 bladzijden uit om over hun schouders mee te kijken.
Wie de antwoorden van Genesis tot de Openbaringen leest, leest over een God die zich ontwikkelt van een egocentrische bruut tot een God van liefde, een Vader en een Rechter.
Hoe dat gebeuren kan, is omdat iedere les die je in Zijn handelen kan lezen een antwoord is op vragen die voortkomen uit wat sommigen de ware zondeval van de mens noemen: toen de Homo Sapiens in het Neolithicum zijn jager-verzamelaarsbestaan beëindigde en sedentair landbouwer werd. De mensenwereld van groepjes van zo’n 60 door en door bekende verwanten veranderde in samenlevingen van een 100 tot wel 1000-voudige omvang, waarin bezit een levensnoodzaak werd en de relaties van mannen en vrouwen fundamenteel veranderde. Elk van deze, en vele andere veranderingen, vroeg om nieuwe antwoorden, omdat de eerdere antwoorden en gebruiken hun zin hadden verloren. Op tal van gebieden is er een fundamentele mismatch ontstaan tussen problemen en oplossingen.
Voorbeeld:
Wie in een jagers-verzamelaars cultuur claimt dat een boom in het bos van hem is en dat je er van af moet blijven wordt voor gek verklaard. Wie in een agrarische cultuur een hek om zijn boomgaard zet beschermt het naakte leven. Als je je dat realiseert lees je het paradijsverhaal anders.

Helaas moet de Homo Sapiens de gevolgen van deze nog steeds unieke herziening van zijn bestaan voornamelijk oplossen met een uitrusting—zijn primaire natuur—die evolutionair gezien aangelegd is voor jagers-verzamelaars. Denk aan samenwerking in kleine groepen, een gelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen, absoluut vertrouwen in mensen die je na verwant zijn, het fundamentele rechtvaardigheidsgevoel van “voor wat hoort wat” en een natuurlijke religiositeit die achter ieder gebeuren, achter iedere ramp, een al of niet zichtbare dader veronderstelt.

Op basis van zo’n uitrusting kan geen mens –en blijkt uit onderzoek: ook vele dieren niet—bestaan. En dus ontwikkelt zich een tweede, door ouders aan kinderen onderwezen, natuur van gebruiken en gewoonten. De meeste zijn zo geïnternaliseerd dat je ze niet bewust bent. Maar dat ze niet aangeboren zijn—en dus een cultuur—blijkt al daar uit, dat er zelfs diersoorten zijn die bepaalde oplossingen voor problemen- het openbreken van een vrucht—kennen, die hun soortgenoten aan de andere kant van de rivier niet gebruiken.

Als derde natuur heeft de mens zijn rationele cultuur van techniek, van regels, wetten en afspraken. Ze bieden oplossingen voor problemen die de macht van onze eerste natuur te boven gaan, maar ze strijden vaak wel met de aangeboren intuïtie van die jagers/verzamelaars geest. En dus moeten, anders dan de aangeboren elementaire gebruiken en gewoonten, de resultaten van deze intellectuele natuur ingestampt worden. Hun toepassing vraagt om discipline en voortdurende bewaking, desnoods bestraffing.
Door de fundamentele veranderingen in zijn bestaan en door de complexe geestelijke bewerktuiging om die problemen het hoofd te bieden heeft de Homo Sapiens daarom te maken met een voortdurende mismatch tussen


a. zijn intuïtieve oplossingen en de vraagstukken waarvoor hij staat en met een voortdurende mismatch tussen
b. de de ene en de andere oplossing ervan.

Voorbeeld: ziekte van een familielid. Onze primaire natuur –ook die van vele dieren—maakt dat we hem/haar met zorg en liefde omringen. Bij infectieziekten—waarvan de meesten door omgang met dieren pas ontstaan zijn na de neolithische revolutie-- is dat een voor iedereen dodelijke reactie. De Thora schrijft dan ook—als een protowetenschappelijke ingreep—voor dat wie getroffen wordt door huidvraat, pest, cholera, etc. uit de gemeenschap verstoten wordt.

Wie het geneeskundige optreden en de reacties daarop bij de laatste Ebolacrisis nog voor ogen staat, ziet hoe onze natuurlijke en onze contra-intuïtieve oplossingen nog steeds diametraal tegenover elkaar staan.Het boek van van Schaik en Michel is een grote verzameling van voorbeelden van de mismatches tussen de oplossingen en de rampen die ons treffen: geweld, natuurrampen, droogte, overstromingen, verraad, incest, machtsmisbruik, bureaucratie, fraude, etc. Bij die inventarisatie zien wij telkens weer de spanning tussen de oplossingen van onze eerste natuur: liefde, zorg, aandacht, toewijding, vertrouwen, collegialiteit, tit for tat, prestatie en tegenprestatie en de vaak contra-intuïtieve oplossingen van de cultuur. En dus mort het volk, in de woestijn en vandaag de dag tegen bezuinigingen en een belangrijk deel van het volk zelfs tegen alle overheidsbeleid.

Philip Idenburg,
(augustus 2016)
Comments