Nieuws‎ > ‎

De ziekenzalving Jaap van Eekelen

Geplaatst 14 jan. 2016 12:38 door Martin Kemperman   [ 14 jan. 2016 12:49 bijgewerkt ]
Jan van den Haak heeft op zondagmorgen 20 december het sacrament van de ziekenzalving ontvangen. Om twee redenen wil ik er in deze Mededelingen over schrijven: allereerst omdat ik vaak merk dat de betrokkenheid van veel Hagedienst-leden bij het wel en wee van Jan groot is, en omgekeerd!
Maar ik heb nog een tweede reden: telkens blijkt de ziekenzalving bij de zieke en bij de naasten van de zieke een troostvol en kracht-gevend gebeuren. Daarom wil ik graag dat ook de protestanten onder jullie er weet van hebben, zodat ieder mettertijd kan afwegen of zij/hij er al dan niet om vraagt.

Ik vroeg Jan of ik er iets over mocht schrijven in ons Hagenieuws. "Ja, doe maar. Dan draag ik nog wat bij aan de verkondiging".
Jan had mij gevraagd de kleine viering te leiden. Jan en Marga mee gerekend waren we met zijn zessen. Zij wilden de kring klein houden.

Vooraf

Ik begon de kleine viering met te vertellen waarom Jan er om gevraagd had:

Ik heb in mijn leven een punt bereikt dat ik wil markeren. Er breekt een nieuwe levensfase voor mij aan. Wellicht helpt deze ziekenzalving mij me daaraan over te geven.
En ik vertelde wat Jan, getrouw aan zijn aard, in dat voorbereidend gesprek over de ziekenzalving had gezegd:
De ziekenzalving is een teken dat we niet zelf hebben uitgevonden. Net als het teken van de doop. Ook over de ziekenzalving wordt al in het Tweede Testament geschreven:

"Is iemand van u ziek?
Laat hij de oudsten van de gemeente roepen;
zij moeten een gebed over hem uitspreken
en hem met olie zalven
in de naam van de Heer.
En het gelovige gebed zal de zieke redden
en de Heer zal hem oprichten
en als hij zonden heeft begaan,
zal het hem vergeven worden.
Belijd daarom elkaar uw zonden en bid voor elkaar,
opdat u genezing vindt" (Brief van Jacobus, 5,14 e.v..)

En Jan lichtte toe:
Wat staat hier?

De zieke roept. - Meer hoeft de zieke niet te doen. -
"Een gebed over hem uitspreken". - "óver", als een handoplegging -
er gebeuren twee dingen: "redden" (lichaam) en "oprichten" (geest).
"Belijd daarom elkaar": effent de weg naar elkaar. Zeg wat er nog gezegd moet worden.
De ziekenzalving is een ruimte waarin je je kunt begeven. Die ruimte is er al. We verzinnen hem niet. Het is de ruimte van Gods barmhartigheid.

Ik wil er op de ochtend zelf niets over zeggen:
Het is puur een ontvangen,
wij hoeven zelf niets in te brengen.
Alleen maar ontvangen: dit is een grote kunst.
Het is een ontvangen van ontferming, van barmhartigheid.
De zalf is daar een teken van: zalf verzacht en bemoedigt,
zoals barmhartigheid verzacht en bemoedigt.

De ziekenzalving
 
- Jan, jij hebt met meer mensen geleefd dan met ons.
Met heel veel mensen heb jij goede en kwade dagen gedeeld.
Namens hen allen zijn wij nu met zijn vijven bij jou.
Namens hen allen zegenen we jou,
en zeggen we dank voor wie jij geworden bent.

Ik nam het zilveren doosje met gewijde zalf.

- Jan, ik raak je voorhoofd aan: jij kunt met je gevoel denken.
Wij zijn je daar dankbaar voor.

- En je lippen: wat houden wij van de momenten dat jij de gedachten die in jou opwellen, onder woorden brengt!
En niet alleen wij:
in de Hagediensten werd ernaar uitgezien
dat jij voorging.
En zo zagen
op de verschillende plaatsen waar jij gewerkt hebt
mensen uit naar jouw woorden.
Maar je lippen staan ook voor de smaak waarmee je het goede van het leven weet te proeven.

- En ik raak je oren aan,
dankbaar dat jij tot op de dag van vandaag
weet te luisteren naar wat een mens die jouw pad kruist,
wil zeggen.
....

- En tenslotte zalf ik de rug van je handen:
je handen waarmee je iedere dag deed
wat gedaan moest worden.
Ze zijn het teken voor wat je met heel je bijzondere persoon deed,
dag na dag.

Jan had me vooraf gezegd: "de omstanders mogen delen in 't ontvangen. Dus ik wil dat ieder in de kring een kruisje (met gewijde zalf) krijgt".
Bij ieder zei ik iets wat haar/hem in het contact met Jan kenmerkte.
Dat de omstanders zo deelden in 't ontvangen, was een vondst van Jan. Dit had ik niet eerder meegemaakt.


Ter afronding

Ter afronding zei ik:
J
an,
moge je in de tijd die voor je ligt,
regelmatig
met vreugde terugdenken
aan wat jij voor mensen betekend hebt.

Moge je die vreugde verstaan
als een teken
dat op jou blijft rusten
de zegen van Hem
die jij geprobeerd hebt te dienen.

Maar er zullen ook weer dagen komen
dat je die vreugde ontbeert,
en de vruchtbaarheid van je verleden zich aan je oog onttrekt.
Moge die duisternis
voor jou een teken zijn
dat Gods nabijheid niet te bevatten is,
en jouw leven
net als dat van ieder van ons
een onkenbaar geheim is.

Jan, jij gaat ons voor,
blijf sterk!

Comments