Nieuws


Hagedienst 23 juli 2017. Abraham in de drie tradities. Jodien van Ark

Geplaatst 17 aug. 2017 11:39 door Hagediensten Heuvelrug   [ 17 aug. 2017 12:04 bijgewerkt ]


We lazen uit ieder boek van wat ook wel de ‘abrahamitische godsdiensten’ wordt genoemd een klein gedeelte:
De Koran vertelt het verhaal van de jeugd van Abraham/ Ibrahiem; het stukslaan van de beelden.: het letterlijk breken met de polytheïstische ( de meergoden-) cultuur waar hij uit kwam. Het verhaal staat niet in de Bijbel, wel in de (joodse) Midrasj en het is ook in de kinderbijbel van Karel Eijkman terecht gekomen - al een mooi staaltje van interreligieuze vertelgeschiedenis.
In de bijbel (Tenach, eerste testament), in Genesis begint het verhaal bij de tocht van Terach, vanuit Ur en vervolgens trekt Abram weg uit Haran, met de zegen en de belofte, we lazen het uit Genesis 12.
Enkel een stem: trek weg, en hij ging.
Geen teken, zoals bij Mozes, geen aarzeling: hij ging.
En in het tweede/ nieuwe testament, in de brief van Paulus aan de Hebreeën verschijnt Abraham als een van de geloofsgetuigen en ook daar ligt de nadruk op het wegtrekken, zonder te weten waarheen: leven als vreemdelingen en gasten.

In de drie tradities , in de voortgaande uitleg van alle drie de godsdiensten, is Abraham/ Ibrahim een oergetuige, een oerprofeet, een oervader geworden. En alle drie de tradities hebben Abraham toegeëigend tot dé aartsvader om daarmee de exclusiviteit van hun godsdienst te ‘bewijzen’.
We vonden een bijzonder boek: Bruce Feiler: Abraham.
De verwijzing staat op de site van het Abrahampad.
Feiler is een Amerikaanse joodse auteur, die in Jeruzalem op zoek gaat naar het hart van de drie geloven en bij Abraham uitkomt. Hij volgt de uitlegtradities van het verhaal van Abraham en zijn conclusie is dat zowel joden als christenen als moslims zich het verhaal van Abraham hebben toegeëigend, dus exclusief gemaakt. Maar ook dat er in alle tradities inclusieve elementen zijn en die brengt hij uiteindelijk samen tot het Abrahamisme.

Voor de joodse uitleg van Abraham vroegen we Jose de Kwaadsteniet om materiaal en dat leverde een mooi inkijkje in de joodse uitleg die twee kanten opgaat:
Er is de persoonlijke roeping van die ene mens Abraham, let wel; er is nog geen volk, er is nog geen land, het is een kinderloze man, een vreemdeling, een zwerver. Juist in die ene persoonlijke roeping wordt de hele wereld gezegend: Abraham wordt een model voor hoe God Zijn universele zorg voor de menselijke geschiedenis tot uitdrukking brengt”, ( aldus David Hartmann.).
Martin Buber schreef over Abraham der Seher –de ziener , Abraham die geroepen wordt om in vertrouwen te gaan. In een visioen sluit God met hem een drieledig verbond: met Abraham persoonlijk, met Abraham als voorloper van Israel en Abraham als vader van alle volkeren. Buber ziet Abraham als een profetisch figuur die bemiddelt tussen hemel en aarde, een verbindingsfiguur voor de eenheid van alle volkeren.
Maar er is ook de joodse traditie waarin Abraham de eerste jood wordt genoemd en de belofte van het land exclusief op het volk en het land Israel wordt betrokken. Dan wordt Abraham gebruikt om het Joodse nationalisme te promoten. Daar zagen we in Israel voorbeelden van, zoals bij de opgravingen vanuit de Israëlische regering, waar alleen gezocht wordt naar bewijzen dat onze vader Abraham hier liep en het dus ons land is.

In de christelijke traditie is Paulus degene die Abraham opvoert als degene die groter is dan de wet en zoals we in de Hebreënnbrief lazen, die wegtrekt vanuit geloof. Paulus zoekt, als Jood, naar de verbinding van joden en niet-joden en Abraham is voor hem een geloofsgetuige die vertrouwt op de belofte van God en daarmee uitstijgt boven het exclusieve geloof.
De brieven van Paulus zijn de eerste schriftelijke documenten van een beginnend Christendom. Hij wil joodse en niet-joodse volgelingen van Jezus van Nazareth. verbinden in geloof in plaats van in de wet.
Maar er zijn ook andere vroege teksten die in de traditie een grote rol gaan spelen.
In het evangelie van Johannes heeft Jezus een stevig dispuut met de Joden.
In Johannes 8:56 zegt Jezus:
        'Abraham uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij'.
        De Joden zeiden: 'U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben'?
        'Waarachtig, ik verzeker u', antwoordde Jezus, 'van voordat Abraham er was, ben ik er'.
Behalve dat vanuit deze tekst de Abrahams bedacht zijn als je 50 jaar wordt (en de Sara’s voor de vrouwen), heeft deze tekst aanleiding gegeven tot een lange traditie van anti-semitisme in het christendom:
Jezus gaat aan Abraham vooraf oftewel: Abraham is de eerste christen.
Schokkend is het om te lezen dat in de eerste eeuwen , tot en met Augustinus, deze teksten uitgelegd zijn en gebruikt zijn tegen de joden (Feiler ,153) en uit de geschiedenis van de 20 ste eeuw weten we helaas dat die toe-eigening van het eerste testament en zeker ook van Abraham door christenen voor joden desastreuze gevolgen had.
Dus ook in de christelijke traditie: inclusiviteit versus exclusiviteit waarbij Abraham een hoofdrol speelt.
De Hebreënbrief van Paulus, waarin de geloofsgetuigen in een lange rij worden opgevoerd, werd ons uitgelegd door Kleijs Kroon, een gewaardeerde predikant die in de 70er jaren ons op de Horst les kwam geven. Hij behandelde Abraham als een van de eerste geloofsgetuigen en hij zei:
        'Er zijn geen soorten van geloof, christelijk of joods of islamitisch geloof. Je gelooft of je gelooft niet, je hoopt of laat het         zitten. Er is alleen maar geloof en ongeloof (dat is geloof van niks). Tot dat geloof moet je elke week weer opgewekt                 worden. Het sluit je niet af van de medemensen, integendeel, het leidt naar de volle werkelijkheid.'
Dan sta je midden in dit wanhopige en bedreigde leven met een wanhopig vertrouwen en vertrouwende wanhoop.

Dan komt in 600 een nieuwe loot aan de monotheïstisch boom: de islam.
Mohammed kent de verhalen van eerste en tweede testament en hij wil daarbij aansluiten.
Aan Stella van de Wetering, moslim en docent Arabisch op de VU, actief in interreligieuze groepen, vroegen we hoe er in de islam over Abraham wordt gedacht: exclusief of inclusief. Haar verrassende antwoord was: de islam ís inclusief. Alle profeten uit Jodendom en christendom zijn ook onze profeten.
Mohammed hoopte dat hij alle voorafgaande tradities zou kunnen opnemen in een nieuw, inclusief geloof. Dat is vrij snel mislukt en de geschiedenis laat tot op heden de grote tegenstellingen pijnlijk zien.
Maar in de Koran is Abraham opnieuw een belangrijke oervader: hij trekt weg uit de stad en het geloof van zijn vader, hij krijgt een zoon Ismael en nadat hij Hagar met Ismael de woestijn heeft ingestuurd, gaat hij ze achterna om te kijken hoe het gaat en op de plek waar hij ze vindt ontspringt de SamSam-bron, die hen het leven redt en nu de heilige plek in Mekka.
Op de plek waar Abraham zijn zoon offert (is dat Ismael of Izaak?) staat nu de Dome of the Rock: het tempelplein in Jeruzalem, een heilige plek voor alle drie de godsdiensten, maar wel heel zwaar bewaakt……

En zo zijn we terug bij de verbinding van de drie godsdiensten en de vraag of Abraham een verbinder is of exclusiviteit bevordert.
In de geschiedenis zijn veel voorbeelden van dat laatste: als Abraham de eerste jood, de eerste christen of de eerste moslim genoemd wordt. Dan wordt de tegenstelling tussen de godsdiensten geaccentueerd.
Maar er is ook een doorlopende lijn vanaf Genesis 12 , en dat is in alle 3 de religies levend gebleven, om Abraham als ons aller vader te zien, de eerste monotheïst in de geschiedenis, de aartsvader van 12 miljoen Joden, 2 miljard christenen en 1 miljard moslims wereldwijd, als iemand die de stille roep verstaat , versteende zekerheden achter zich laat en op weg gaat………daar gaan we nu van zingen met lied 816.

Hagedienst 23 juli 2017. ‘Lech, lecha!’ een oproep. Thea Dengerink.

Geplaatst 17 aug. 2017 11:36 door Hagediensten Heuvelrug   [ 17 aug. 2017 12:02 bijgewerkt ]

Ga!
Nadat zijn vader Terach Abraham en zijn vrouw en zijn kleinzoon Lot meegenomen heeft naar Kanaän uit Ur der Chaldeeën stranden ze in Haran. Daar staat-Abraham, 75 jaar, zijn vader is net overleden, zijn vrouw Sarai is onvruchtbaar, afgesneden van het verleden, zonder toekomst. Hoe verder? Dan uit het niets roept Hij, die Abraham niet kent, niet kan zien of aanraken zoals de stenen beelden, hem. 'Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat ik u zal wijzen' luidt de opdracht. Onzekerheid troef, stel je voor dat zoiets jou gezegd wordt: Ga! Heeft Abraham niets te verliezen of gaat hij omdat hem door die onbekende God een nageslacht beloofd wordt en een groot volk, gezegend en wel. Een nieuwe kans: Lech-lecha- Laat los en ga! Heb het Lef om een nieuw leven met een nieuwe God te beginnen. Hij maakt de sprong, zet de eerste voet op een onzekere weg omdat hij die God op zijn woord gelooft. Ze sluiten een verbond: Als jij het met mij aandurft, dan zal ik je zegenen met een talrijk volk in een land dat ik jou wijs. Middeleeuwse Rabbi's zagen de opdracht meer spiritueel: 'keer terug naar je kern, ontdek jouw potentie’. Waarom koos God voor Abraham? Omdat hij onvoorwaardelijk koos voor die ene God, nog een onbeschreven blad was. Hij nam hij hem weg uit Babylon en zette hem in Syrië waar Kanaän een onderdeel van was. Met de bedoeling dat zijn geloof in die ene God niet met hem uitsterft zodat hij een zijn volk en degene die hij tot zegen was, bewust maakt dat er maar één God is. Abraham wordt rechtschapen genoemd in de verschillende religies. De koran legt de nadruk op de gehoorzaamheid van Abraham, volgens het Nieuwe Testament kun je alleen Jezus volgen als je familie loslaat. Je moet het zelf doen volgens de Joden. Ga!

De vreemdeling als gast
Basis voor het vertrouwen in God is dat je niet te comfortabel, niet te zeker voelt van je zaak. Voor Joden, christenen en moslims is de boodschap van het verhaal van Abraham: wees stil en luister anders zul je de roeping niet horen, weet je niet wat je doel is . Bruce Feiler's boek noemt het geloof van Abraham een draagbare religie, het Abrahamism. Wat belangrijk is draag je met je mee, God, je familie, je waarden en normen, je opdracht. Lichtgewicht en flexibel!
Met deze zekerheid kun je steeds weer opnieuw beginnen, overal. Met als kern, niet wat je bezit maar wat je ontdekt, als vreemde kun je je omgeving met nieuwe ogen bezien. Je bent slechts te gast, je respecteert degene die je ontmoet. Je bent niet zijn bezit, noch de ander de jouwe;de ander kan een aanvulling zijn op wat jij in de kern bent. En Abraham, 75 jaar oud gaat, met Sarai, Lot en iedereen die hij in Haran in dienst genomen had! Hij trekt, met God, door het gehele beloofde land naar Egypte en weer terug en ontmoet vele bewoners, als vreemdeling, als gast. En hij groeit, door zijn diplomatieke handelen stijgt hij in aanzien. Bij Betel bood hij grootmoedig Lot de keus voor het meest waardevolle land langs de Jordaan. Abraham voerde oorlog, onderhandelde uiteindelijk ook met God over Sodom, en kreeg uiteindelijk bij Hagar zijn eerste zoon Ismael en bij Sarai zijn tweede zoon Isaac. Sarai werd Sarah en Abram Abraham. Omdat God in hen vertrouwen had, niet omdat ze onfeilbare mensen waren.

Grenzeloos vertrouwen
Hun geduld wordt op de proef gesteld in de honderd jaar die God hem nog gaf. Krijgt Abraham daarom visioenen waarin God zijn belofte herhaald? Vertrouwt Abraham zo blindelings op God die hem een groot volk beloofd heeft dat hij zijn zoon als offerlam meeneemt? Abraham zegt tegen zijn dienaren: 'jullie blijven hier bij de ezel... wij komen weer terug. ' Heeft God iets aan onze trouw, die regelmatig wankelt want we zijn immers God niet?
God had Abraham nodig en Abraham God. Hebben wij Abraham nodig om God te ontmoeten? Deze aartsvader van joden, moslims en christenen werd gezegend opdat hij anderen tot zegen zou kunnen zijn. Kunnen we het vertrouwen in die ene God, via Abraham, met hen delen? Als God, zoals met Abraham, vertrouwen heeft in ons en met ons gaat, kun we dan elkaar in liefde en respect ontmoeten en delen wat we in Abraham meegekregen hebben? Als dat zo is dan zou Abraham zowel de bron en het voorbeeld van een grenzeloos vertrouwen kunnen zijn voor een gezamenlijke ontdekkingstocht naar die ene God.
Lech-lecha!

Hagedienst 23 juli 2017 Recept van de amandel-sinaasappeltaart Jodien van Ark

Geplaatst 17 aug. 2017 11:18 door Hagediensten Heuvelrug   [ 17 aug. 2017 11:37 bijgewerkt ]


Uit ‘ Jeruzalem’ , het kookboek van Yotam Ottolenghi en Sami Tamimi


Ingrediënten:

200 gram boter

280 gram fijne kristalsuiker

4 sinaasappels/ clementines: geraspte schil en sap

1 citroen: geraspte schil en sap

280 gram gemalen amandelen

5 middelgrote losgeklopte eieren

100 gram bloem, gezeefd

mespunt zout

lange reepjes heel dun gesneden sinaasappelschil om te garneren


Verhit de oven op 180 graden.

Vet een springvorm van 24 cm doorsnee dun in met boter en bekleed m met bakpapier.

Klop de boter met 200 gr. suiker en de citrusschil in een kom met de mixer op lage snelheid door elkaar. Niet te lang, zodat er niet te veel lucht doorheen wordt geklopt.

Voeg de helft van de gemalen amandelen toe en mix ze door de boter.

Voeg geleidelijk de los geklopte eieren toe.

Doe dan de rest van de amandelen, de gezeefde bloem en het zout er bij en mix tot alles goed vermengd is.

Strijk het beslag uit in de vorm en strijk de bovenkant glad.

Bak de taart 50-60 minuten in de oven.

Controleer dat door een spies in het midden te steken. De taart mag er nog iets vochtig uitkomen.

Breng als het gebak bijna gaar is de overgebleven suiker met het citrussap en de reepjes schil in een steelpan aan de kook. Je hebt 1,2 dl sap nodig, giet er zo nodig iets uit. Neem de pan van het vuur zodra de siroop kookt.

Bestrijk het gebak zodra u de vorm uit de oven haalt met de siroop, zorg dat je alles gebruikt. Verdeel de reepjes schil over de taart. Laat de taart in de vorm helemaal koud worden en stort hem daarna.

Nog feestelijker: glazuur de taart vlak voor het opdienen met chocoladeglazuur (au bain marie):

        90 gram boter

        150 gram goede kwaliteit pure chocola in stukjes

        ¾ eetlepel honing

        ½ eetlepel cognac

In Memoriam Bert de Jong Kaz de Jong

Geplaatst 4 aug. 2017 04:17 door Hagediensten Heuvelrug   [ 4 aug. 2017 04:18 bijgewerkt ]

Wij zijn bedroefd om het overlijden van onze vader. Het nieuwe zijn als wees is nog onwennig voor mij. Ondanks het verdriet, is het overlijden van mijn vader ook het begin van een mooie herinnering. Ik wil dat proberen met u te delen.

Mijn vader werd geboren in Meppel, als derde van uiteindelijk 4 broers. In een gezin waarin het geloof leidend was. Geen blijmoedig geloof. Mijn vader is opgevoed in deugd, plicht, verantwoordelijkheid, zonde, berouw, schuld en de stelligheid dat dit leven op aarde slechts was om in de hemel te komen. Het moest daarom vooral nuttig zijn, dienend aan een groter geheel. Het leverde mijn vader een tobbende en sombere kant op. Het glas begon voor hem vaak half leeg.

Dat was niet alles. Onder die schil van zwarigheid zat ook een levensgenieter, iemand die altijd het goede in de mensen zag. De ondeugendheid kwam al snel tot volle wasdom. In Meppel stond mijn vader samen met zijn vriendje Ekkie bekend als belletje trekker. Weglopen was er niet bij want Pa vertelde mij onlangs: de lol was het verbaasde gezicht te zien van degene die open deed. Eenmaal verhuist naar Leiden zette hij het kattenkwaad voort met zijn jongste broertje Gerard. Wij waren een berucht stel, zei Pa nog vlak voor zijn dood.

De verhouding tussen deze twee kanten is zijn levens thema geweest. Tenminste zoals ik het zie. Aan het einde van zijn leven durf ik te zeggen dat de echte Bert een was die zelfs na zware tegenslag nog elke keer kon zeggen: Ik ben gelukkig en nog elke dag blij dat ik wakker wordt. Het zware en vaak ook normerende van het strenge geloof transformeerde naar wat in zijn rouwkaart staat: toch nog… wees bescheiden, maar ook accepteer elkaar en elkaars opvattingen zachtmoedig en geduldig. Verdraag elkaar uit liefde.

Mijn vaders onbezorgde jeugd kwam ten einde toen de oorlog begon. Mijn grootvader werd door de Duitsers gezocht, zijn oudste broers moesten onderduiken voor de Arbeitseinsatz. Aan het einde van de oorlog moest Pa ook onderduiken. Dat was een vervelende tijd. Stel je voor je bent 15 jaar, nooit naar buiten, stil op een kamertje zitten. Eindeloze dagen, zonder te weten hoe lang het duurt. Een geluk was dat hij ondergedoken was bij een banket bakker. Hij heeft daar ongetwijfeld het zoete leren waarderen. Het Hedonisme als levenshouding was geboren.

De oorlog heeft een enorme doorwerking gehad. Hij was er veel mee bezig. Die hele reeks van de geschiedschrijver de Jong staat nu nog in zijn kast. Door reconstructie van die periode probeerde hij het te begrijpen. Als wij ons eten niet opaten dan zei hij weleens. In de oorlog hadden de mensen niets te eten. Waarop wij antwoorden; maar jij zat toch bij een banketbakker?

Zijn leven kende vele bijzondere gebeurtenissen. Maar een de belangrijkste. Die heeft hij voor ons beschreven. ‘Op een verjaardag van een vriendin van mij, trof ik daar Gerda. Verder nog niets bijzonders, maar ik vond haar wel heel aardig. Ik studeerde thuis en was gewoon ‘s middags, na een dag studeren, een wandeling te maken. Het was meestal dezelfde route. Toen ik daar op een bepaalde dag van afweek, wist ik zeker dat ik bij een bepaald portiek op de Breestraat in Leiden dat ‘aardige meisje’ zou ontmoeten. En, je zou het niet geloven, daar ontmoeten wij elkaar. ‘T was september, we vierden 3 oktober (Leidens Ontzet), zo is het gekomen.’ En dan komt heel even dat die zingevingskant, het voorbestemde om de hoek. ‘Is dit toeval? Ik zie en geloof dat alle stappen door God zijn geleid’.

Met mijn moeder aan zijn zijde voor maar liefst 58 jaar was het makkelijker voor Bert om het leven minder zwaar te gaan zien. Hij omschrijft haar als realistisch en vrolijk. Als ik de lijn van mijn vader volg dan was het blijkbaar Gods wil om de vrolijke, hedonistische kant van mijn vader te laten bloeien. Zij deelden hun liefde voor mensen. Beiden zij echte mensen mensen. Loyaal en trouw in goede en slechte tijden. Heel veel relaties zijn door de jaren heen gebleven. In de papieren vonden wij vele adressenlijsten van verschillende groepen: de beleggingsclub, de NS borrelclub, de 1 Jachtlaan mailing lijst, enz. Een bijzondere groep voor mijn vader en moeder was die van de Hagediensten. Dit was voor hun een spirituele thuiskomst. Losgekomen van het in mijn vaders woorden: ‘dogmatische, strenge en in afgepaste’ van vroeger konden zij daar samen met iedereen hun en zijn geloof beleven. Mijn vader schrijft: ‘het is niet aan mij te oordelen over het geloof van anderen’.

Dat was wel eens anders. Mijn vader heeft er veel moeite mee gehad dat wij als kinderen kerk, geloof, bijbel en in zijn beleving ‘het eeuwige leven ’de rug toekeerde. Nog heel veel jaren is hij blijven proberen. Maar ook in zijn persoonlijk leven werd het anders. Dat zijn eigen kinderen door zijn kerk van het geloof vervreemden zette mijn ouders aan het denken. Mijn moeder ging hem voor in de zoektocht naar ander licht. Zij experimenteerde met andere geloofskringen. Mijn vader hoopte nog het bestaande te veranderen. Hij deed nog een hervormingspoging. Mijn vader blijft lang trouw aan dingen, soms wel eens te lang. Uiteindelijk vonden zij hun spirituele thuis bij de groep die in deze kapel bijeenkwam. Deze plek was erg belangrijk voor hem.

Een koekoeksklok was in Bourtange
in een huis aan de muur opgehangen.
''t Is de tijd, die 'k benijd,'
zei de vogel met spijt,
'want die vliegt en ik zit hier gevangen.'


Mijn vader kon te pas en te onpas plotseling een gedichtje of limmerick opdreunen. Tijdens de kennismaking in de Koningsbruggen verbaasde hij het personeel met een spervuur van gedichtjes. Foutloos, ondanks zijn gesleten geheugen.

Mijn vader was trots op ons. 'Mijn zoons zijn goed voor mij', zei hij regelmatig. Af en toe dacht ik: Dat was niet altijd zo. Wij zijn eigenzinnig en weten veel beter. Wij gaan onze eigen weg en dat was vaak niet de weg die Pa voor ogen had. ‘Jongen denk aan je toekomst’. Hij zei het regelmatig. Adviezen werden gegeven vanuit de consolidatie en het aanpassen. Zijn grootste angst, zoals elke ouder, maar vooral bij hem was dat zijn kinderen niet goed terecht kwamen. Hij moest dan ook ernstig slikken toen ik hem vertelde dat ik een nieuwe werkplek had gevonden in Sarajevo. Het was volop oorlog. Hij was dubbel bang: voor mijn leven en mijn toekomst. Eigenlijk kon het niet erger. Hij steunde mijn keuze volledig zette zich er vierkant achter.

Pa was in zijn eigen werk ook avontuurlijk. Maar dan op een andere manier. Hij werd verantwoordelijk voor het beheer van het NS Onroerend. Dat was nieuw en zeker geen geëffend pad. De ware Bert kwam boven: creatief, vindingrijk en met veel doorzettingsvermogen is een businessmodel neergezet dat nu door de NS in heel Nederland wordt toegepast: station met erbij winkels en kantoren. En het is als zoon nog steeds leuk met de trein door het land te reizen en daar de projecten van mijn vader te zien: Stichthage in Den Haag, Station Amersfoort, en ook het hoofdgebouw van NS in Utrecht. De combinatie van gereformeerde degelijkheid en het cement van de goede relaties, consensus, en het goede leven zorgde voor soliede bouwsels. Velen staan nog steeds. Op zijn afscheidsreceptie bleek hoe hij werd gewaardeerd. Meer dan 600 mensen kwamen afscheid nemen. Op die gelegenheid werd hij benoemd tot ‘Officier in de Orde van Oranje Nassau’.

In de jaren van de NS begon pa zijn levenslange strijd tegen de weegschaal. Het bourgondische kreeg vaste voet aan de grond. Etentje hier, borreltje daar het hield niet op. Mijn vader zijn ronde buik was een bron van vertier voor zijn kleinkinderen. Er even opdrukken en dan maakte Opa allerlei geluiden. Geheel in stijl van het Bourgondische werd Frankrijk zijn favoriete vakantie land. En als ik Frankrijk zeg, dan zeg ik ook de familie Ferwerda met wie wij heel vaak samen gingen. Theo en Riet Ferwerda waren goede vrienden van mijn ouders. Theo was dominee. Theo en mijn vader ontmoetten elkaar in de kerk in Amsterdam. Hun vriendschap kreeg pas vorm op de vele campings waar de lokale wijn en kaas uitgeprobeerd werden. De herinneringen aan deze vakanties zijn dierbaar. Mijn vader is overleden met de vaste overtuiging dat hij zijn Gerda zou zien zodra hij over de drempel ging. Daar had hij veel steun aan. Als dat zo is dan denk ik dat zij nu met de Ferwerda’s aan de wijn en de kaas zitten.

Na 53 jaar huwelijk liep het sprookje met zijn bijzondere vrouw ten einde. Dat was een enorme slag die hij in zijn woorden te boven kwam ‘dankzij mijn kinderen, de kleinkinderen en de vele vrienden die om mij heen stonden’. Ik vind dat iets te bescheiden. Mijn vader heeft tijdens zijn leven het vermogen ontwikkeld om te accepteren wat er op zijn weg komt. Sans rancune. Dat is bijzonder en echt gemeend. Hij nam een ieder zoals hij was en sprak nooit slecht over iemand. Natuurlijk begreep hij soms mensen niet. Maar veroordelen dat deed hij niet. Met die instelling veroverde hij de harten van de verpleegkundigen in de ziekenhuizen die hij bezocht aan het einde van zijn leven. Het personeel van de Konigsbruggen, wat in de kort zijn thuis was geworden, vindt het een lieve man, een levensgenieter. Dat is een mooie herinnering.

In Siddeburen was een bok
die machtverhief en worteltrok.
Die bok heeft onlangs onverschrokken
de wortel uit zichzelf getrokken,
waarna hij zonder ongerief
zich weer in het kwadraat verhief.
Maar ‘t feit waardoor hij voort zal leven
is, dat hij achteraf nog even
de massa die hem huldigde
met vijf vermenigvuldigde


Het zal u opgevallen dat ik tot nu niets over muziek gezegd heb. Muziek was heel belangrijk in Pa’s leven. Het zangkoor maar vooral de piano was zijn lust en zijn leven. Vooral nadat mijn moeder overleden was, was het ook een bron van troost. Ook in de muziek heeft mijn vader een zelfde ontwikkeling doorgemaakt. Hij leerde op vroege leeftijd pianospelen. Hard en plichtmatig oefenen. Vele uren. Boeken vol met notenbalken als rijk gevuld krentenbrood. Op veel latere leeftijd veranderde dit. Het muzikale in memoriam laat ik graag over aan degene die hem die hem leerde muziek te maken: zijn vriend Frits de Zwaan.  

Gelukkig lijk ik veel op jou... Casper de Jong

Geplaatst 4 aug. 2017 04:08 door Hagediensten Heuvelrug


Lieve opa,

Ik ga jou heel erg missen.
Ik heb heel veel van jou genoten.
Samen met oma heb jij mij jarenlang in Den Bosch opgehaald met de trein en zijn wij samen naar Amsterdam gegaan naar het Feuersteincentrum.
Soms lette jij niet goed op en reed er een auto over mijn voet.
We zijn samen ook veel op vakantie geweest in Zuid Frankrijk en de Ardennen.
Daar trakteerde jij altijd op ijsjes en ging jij met mij biljarten.
Ook bij judo kwam je altijd kijken als ik een bandenexamen moest doen of bij judotoernooien.
Wat was jij trots toen ik de bruine band haalde!
Ik ben nu bezig voor de zwarte band, maar helaas zal jij dan niet in de zaal zitten.
Hopelijk kijk je dan vanaf een wolkje mee.
De laatste jaren konden we niet meer zoveel samen doen, maar hebben we nog leuke dagen met elkaar doorgebracht.
Gelukkig lijk ik veel op jou, want ik houd ook van lekker eten en ijsjes.
Opa, ik ga je heel erg missen! 


Kleinzoon Casper

 

Overweging tijdens de Herdenkingsdienst van Bert de Jong Joke de Zwaan

Geplaatst 4 aug. 2017 04:04 door Hagediensten Heuvelrug

Bert, ik zie hem nog staan, naast de vleugel, één van de tenoren van de cantorij.
Een beetje gebogen, soms een glimlach…
een man in zichzelf, met zichzelf en toch ook heel betrokken bij ieder van ons in de kring.

Na zijn sterven bleek dat hij een ‘geloofstestament’ had gemaakt ’, zodat het voor zijn zonen makkelijker zou worden om deze dag vorm te gen. Hij beschreef wat er boven zijn rouwkaart zou moeten komen te staan;’ Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig en verdraag elkaar uit liefde.
In dat testament ook liederen die hij graag gezongen zou willen hebben, teksten die gelezen zouden kunnen worden. Let wel zouden kunnen, want de zonen werd ook de vrijheid gegeven zelf mee te mogen denken en keuzes maken.
Dat hebben zij dan ook gedaan. Een mooie en intensieve zaterdagmorgen waren wij rondom deze dienst bij elkaar.
De liederen , de teksten… Bert maakte het ons niet zo moeilijk.

Psalm 121 werd ook door hem genoemd.
We kozen ervoor om  hem te lezen in die enigszins vrij vertaalde versie van Huub Oosterhuis, die u zojuist hoorde.
Een pelgrimslied, het tweede in de 15 die samen een op weg gaan bezingen. Waar naar toe? Naar Jeruzalem, de tempel van de Eeuwige, zoals in psalm 122 wordt gemeld? Het zou kunnen, maar even goed kun je erin lezen dat het in die 15 liederen gaat over de levensreis van de mens die zich laat leiden door de Eeuwige.
Waar komt mijn hulp vandaan in die tocht door het leven, waarin hoogte en dieptepunten ,vreugde en verdriet benoemd worden? Dat alles valt te lezen in die liederen waar …pelgrimslied boven staat.

Over de levensreis van Bert heeft u in de verhalen van Casper en Kaz al het één en ander gehoord. Een opa om veel van te blijven houden, je leven door. Een vader die meer betrokken op je was dan hij vaak liet merken, die bezorgd om je was, die trots op je was zonder dat hij het ooit uitsprak naar jou toe.
Met Gerda met wie hij 52 jaar getrouwd was, met zijn zonen hun partners en de kleinkinderen, smeedde hij een intense band.
Daaromheen meerdere cirkels, waarin hij geliefd was door zijn vriendelijkheid , zijn mildheid, zijn humor. Zijn broers en schoonfamilie, zijn vrienden in Driebergen waar hij mee biljartte, de beleggingsclub, de Bijbelkring bij Jan en Marieke van der Linden, het koor in Utrecht.

De laatste jaren zat hij regelmatig bij Frits en mij aan tafel, als gebed voor het eten lazen we meestal een psalm uit die bundel van 150 psalmen vrij. Hij genoot van die taal, van de ruimte die ze gaven, de troost die er vanuit ging, woorden die dicht bij hem konden komen.
Zo voelde hij zich ook thuis in de vieringen van de Hagedienst. Daar schreef hij ook wat over in zijn ‘geloofstestament’. Ik lees u daar wat uit voor:

        ‘Veel mensen laten hun geloof in God los, of geloven niet meer in het strenge en afgepaste van vroeger. Het is niet aan             mij om te oordelen over het geloof van mijn medemensen.
         Daarom kan/wil ik met iedereen die gelooft mijn en zijn geloof samen beleven. Dat is voor mij de grondslag van de                 oecumenische Hagediensten’

Oecumene… het woord betekent: ‘de gehele bewoonde wereld, als plaats van God’… daar ging zijn hart naar uit.
Leven in de tijd die hem gegeven werd, temidden van ons daar genoot hij van, daar werd hij gelukkig van, daarvan zei het vaak: ik voel me een gezegend mens. Tot en met zijn 90e jaar was zijn agenda nog altijd goed gevuld. Met zijn auto reed hij vele kilometers. De laatste jaren niet zonder schrammen deuken en, maar toch. Augustus vorig jaar verliep zijn rijbewijs en daar mee verloor hij ook zijn vrijheid. Lastige maanden braken aan, toen herfst en winter buiten en in zijn bestaan hun intrede deden. Zijn 91e verjaardag bracht hij door in het ziekenhuis.
De laatste maanden verbleef hij in Koningsbrugge, het verpleeghuis waar ze hem hoog achtten, hem gezelligheid boden en zelfs nog met hem op een tweelingfiets naar zijn nieuwe Centraal station zijn wezen kijken. Een brede glimlach op zijn gezicht laat de foto die er gemaakt is zien.
Maar toen kwam de val waarbij hij zijn heup brak, kort daarna een herseninfarct dat meer verlamde dan alleen zijn arm.

In de gesprekken aan tafel wanneer hij bij ons at, hadden we het soms ook soms over het leven na dit leven.
Over één ding was hij heel duidelijk, hij was niet bang om te gaan sterven, hoezeer hij ook aan het leven hechtte.. zijn diepste verlangen, tegelijk ook zijn vertrouwen, was dat hij wanneer hij de drempel van het leven over zou gaan, hij Gerda weer zou zien.

In zijn ‘geloofstestament’ gaf hij nog een tekst aan om vanmorgen iets over te zeggen
Een tekst uit 1 Tessalonicenzen 4. Daarin gaat het over hoe de mens bewaard wordt in en bij God wanneer hij sterft.
In een gesprek met Jaap van Eekelen over wat Pasen voor hem betekende zei Bert:
            ‘Zoals Jezus na zijn dood is opgestaan, zo zullen ook wij na ons sterven een nieuw leven kennen. Een Leven in Gods                     nabijheid.'
 En zei hij daarbij:
            'De dood van Jezus heeft voor mij niets te maken met zonde en verzoening.’
Ook sprak hij met Jaap over eeuwigheid.. een onbegrijpelijk woord. Wie van ons weet het antwoord?
Bert zei toen …
            ‘Na onze dood verlaten we de tijd, vallen we buiten de tijd’.

De laatste anderhalve week leek het of hij voortdurend lag te slapen, bezoek zat naast hem.
Zijn zonen waren veel bij hem, tot en met zijn laatste ademtocht.
En zo gleed hij weg uit de tijd…tot hij buiten de tijd viel op woensdagavond een week geleden.

De psalmdichter verwoordt het zo:

            ‘Kom jij hoog van de bergen
             mij helpen-
             wat zien mijn ogen

             De schepper van hemel en aarde
             mijn helper
             Hij zal je ziel bewaren
             is mij gezegd

             Ik ga mijn weg kom veilig aan.

 

Moeilijkheden een uitdaging? De blog van Cor P Berkel 27 juli 2017

Geplaatst 4 aug. 2017 03:50 door Hagediensten Heuvelrug


Op de TV hoorde ik iemand zeggen dat moeilijkheden die je hebt in je bestaan, de mogelijkheden zijn om van te leren. Het klinkt een beetje alsof het uitdagingen zijn. Maar het verbinden aan het leren geeft er een nieuwe dimensie aan. Waar leer je nu meer van dan van je fouten. Maar je moet ze wel kunnen maken. Of anders gezegd als je niets probeert en in je stoel blijft hangen (of op de bank) dan ontwikkel je je niet.

Ontwikkeling is wat vanaf de jongste leeftijd al gebeurt. Kruipen, lopen, praten, luisteren zijn vaardigheden die geleidelijk geleerd worden. Dan komt de schoolleeftijd met schrijven, lezen en rekenen en nog vele andere vaardigheden. Maar je leert niet hoe je omgaat met tegenvallers en hoe je daarvan kan leren. Tegenvallers worden gezien als bedreiging en moeten vermeden worden. Het zijn belemmeringen en dus een probleem. Ze worden als negatief gezien.
Mijn grote leermeester zei dan: “ontwikkeling is verruiming van je horizon.” En je komt ze overal tegen, de mensen die dat gedaan hebben en wat maken van hun leven. Soms op een kleine schaal maar opvallender zijn de mensen die het op grote schaal doen. Het land, zoals Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden, gaat daar prat op. Maar je moet het ook daar gewoon zelf doen.

In ons land kennen we groeperingen waaraan elke vorm van ontwikkeling voorbij gaat. Sommigen denken dat het komt door het pamperen. Het steeds meer maken van regelingen en ondersteunende en verzorgende voorzieningen. Mensen die zich niet ontwikkelen zijn te vinden op campings als blijvende bewoners. Een grote zorg voor de gemeenten die de campings willen ontruimen. Want wat doe je de mensen aan. Maar als je moeilijkheden als mogelijkheid van het leren ziet kom je verder. Dan moet je niet alleen ontruimen maar ook de mogelijkheden bieden om er wat van te leren.
En bij die mensen overheerst de angst voor een verandering. Daar kan men niet mee omgaan. Overigens is dat een breed maatschappelijk verschijnsel. Angst voor verandering die als basis heeft dat men niet weet wat te doen. Men heeft niet dan niet voldoende geleerd om voor zichzelf te zorgen. Of is te lang bij dezelfde baas blijven hangen want de voorzieningen waren goed. Is dit de bron voor de groei van het aantal ZZP-ers? En wordt bij het levenslang leren weer de nadruk gelegd op vakvaardigheden en niet op bestaansvaardigheden?

Het werk in besturen en overlegorganen is boeiend en leerzaam. Dat gaat over veel problemen. En juist dat is het leerzame, je moet er een mening over zien te krijgen en dat is vooral een houding van onderzoeken en praten en een beetje vaardigheid. Veel bestuursleden en or-leden beschouwen die tijd als heel leerzaam maar ook heel lastig. Dat hoort dus bij elkaar en zijn mogelijkheden om van te leren.
Tegenwoordig komt met de toename van de leeftijd van de werkenden ook steeds meer aandacht voor het langer doorwerken en actief blijven. Dat wordt aanbevolen voor het gezond blijven op oudere leeftijd. Want je blijft op die manier je ontwikkelen. Dat geldt ook voor bewegen, trainen hoort daarbij. Blijven gaan is de boodschap.

Voorwerk Hagedienst 9 juli 2017 Anders bijbel lezen Teun van der Ven

Geplaatst 4 aug. 2017 02:04 door Hagediensten Heuvelrug   [ 4 aug. 2017 02:06 bijgewerkt ]


Inleiding over het Oerboek

 
Het Oerboek is geschreven door een historicus een evolutiebioloog en heeft als ondertitel: de evolutie en de bijbel.
In de themadienst doen we een poging U te vertellen welke gedachten zij naar voren brengen.

Een belangrijk kenmerk van de mens is dat hij op kennis kan voortbouwen en zo tot steeds meer ingenieuze oplossingen voor problemen kan komen.
Dat vermogen om op kennis te kunnen voortbouwen wordt de derde natuur van de mens genoemd. Die derde natuur van de mens is de aanjager van de cultuur, van de beschaving.
De eerste natuur van de mens omvat de kenmerken die in de loop van 20 000 eeuwen diep verankerd zijn in het genetisch profiel van de mens. De eerste natuur is de basis voor de intuïtie en het onderbuikgevoel en voor de primaire godsdienstigheid.
De tweede natuur heeft vooral betrekking op kenmerken, gewoonten, denkbeelden die door opvoeding en opleiding tot stand komen. Een aanvulling op kenmerken vanuit de primaire natuur. Een aanvulling die tussen groepen mensen kan verschillen.

De grote revolutie
In de evolutie van de menselijke samenleving is de overgang van de nomadische jager - verzamelaar groepen naar de op vaste plaatsen wonende mens die landbouw bedrijft de grote revolutie. Die revolutie vond pas een 100 eeuwen geleden, na de grote IJstijd plaats.
Sinds die tijd is de primaire natuur van de mens niet meer in staat het samenleven onder controle te houden. Het accent komt te liggen op de derde natuur: het bedenken van nieuwe oplossingen bij tot dan toe onbekende problemen.
Het in grote groepen -op één plaats - samenleven van mensen en dieren bleek ongekende risico’s in te houden. Door de overdracht van virussen van dier naar mens braken er onbeheersbare epidemieën uit, oogsten konden verloren gaan, de mens beschouwde het door hem bewerkte land en de opbrengst ervan als privé bezit en maakte ruzie tot erger met de mensen die grond en vruchten van het veld als gemeenschappelijk bezit beschouwden.

En zo kom ik bij de hoofdstelling van het boek:
De Bijbelse verhalen tonen de oplossingen die de mens koos om de gevolgen van de landbouwrevolutie voor de vorm van het samenleven te kunnen beheersen.
Kortom de bijbel verhaalt over rampspoedbeheersing.

Het behoorde tot de aangeboren religiositeit om rampspoed te verbinden met boosheid van geesten, verzet van voorouders of goden. En om deze boosheid te kunnen voorkomen werd er gecommuniceerd en geofferd ten gunste van die geesten en voorouders. En als die communicatie niet het gewenste effect had werden waarzeggers geraadpleegd om te weten te komen hoe de goden dan beter tevreden gesteld zouden kunnen worden. En zo ontstonden er religieuze rituelen. Bedacht door onze derde natuur, en overgedragen als tweede natuur aan het nageslacht.

De jager verzamelaars leefden in groepen van 100 – 150 personen. De volgende kenmerken waren diep ingesleten in bestaan, en waren kenmerken geworden van hun erfelijk overdraagbare eigenschappen.
* gericht op samenwerking.
* wederkerigheid.
* weinig rangverschillen binnen de groep
* reputatie is belangrijk
* voedsel wordt gedeeld .
* conflicten worden in samenspraak en harmonie beslecht.
* vrouwen zijn niet ondergeschikt aan de man.
* onhandelbare groepsleden worden uitgestoten.
* tussen de groepen bestaat een wij – zij tegenstelling,ndie alleen opgeheven wordt als de groep er voordeel van heeft.

De revolutionaire overgang van de jager verzamelaar tot landbouwer bracht de volgende veranderingen:
* samenleven in grote groepen
* individualisering, niet ieder lid van de samenleving wordt gekend
* voedsel wordt niet meer gedeeld, maar moet worden geruild of gekocht.
* conflicten over grondbezit en voedsel eindigen gemakkelijk in het toepassen van geweld.
* vrouwen worden in toenemende mate gemonopoliseerd door hun echtgenoot, jonge meisjes worden ruilmiddel.
* ziekte epidemieën ontstaan door de bevolkingsdichtheid en door het samenleven van mens en dier.

Deze landbouwrevolutie is pas 100 eeuwen oud, tekort om erfelijk aangepast te raken aan de nieuwe situatie.
Er ontstaat een permanente wrijving tussen de eerste natuur van de mens , en de veranderde samenleving vorm gegeven op basis van de oplossingen van de derde, de intellectuele, natuur van de mens.
De eerste natuur eist aanpassingen als zij de derde natuur oplossingen zich niet eigen kan maken. Ervaren als vervreemding, of leiden tot gevoelens van onbehagen.

De schrijvers koppelen aan de 1-ste natuur aan de intuïtieve alledaagse religie, van de mensheid, en aan de derde natuur de intellectueel institutionele religie. De intuïtief alledaagse religie bewaakt kritisch de intellectueel, institutionele religie. Als de laatste te abstract word, onlogisch uitpakt dan protesteert het volk aan de basis.
De schrijvers hechten grote waarde aan die intuïtieve religie zij herkennen er het levenskrachtige en toekomstbestendige geloof in. En dan te bedenken dat de religie-experts in bijbelse tijden de intuïtieve religie in hebben willen uitbannen.

.De wetenschap neemt de taak over de intellectuele religie.
De Kerkvader Augustinus heeft verdedigd dat God zich niet alleen openbaart in de bijbel maar ook in het Boek van de Natuur. Een bewering die tot een volgende stap in de culturele evolutie zou leiden. Op basis van de visie van Augustinus ontwikkelde zich de kennis van de natuur. En als de kennis van de natuur strijdig was met de Bijbelse kennis dan werd gezamenlijk gezocht naar een beter verstaan van de bijbel.
In de 16 eeuw ontstond er een conflict tussen de natuurwetenschappers en de theologen in het instituut kerk over de vraag of de zon om de aarde draaide, of de aarde om de zon zoals Galilei verdedigde op basis van de inzichten van Copernicus.  De theologen kozen er op dat moment voor trouw aan hun inzicht af te dwingen.
De grote verscheidenheid aan inzichten moest teruggebracht worden tot de officiële uitleg van de clerus. Dit maakte dat de wetenschap zich afscheidde uit de kerkelijke instituties.

Hoe gaat religie zich ontwikkelen:
In onze tijd heeft de wetenschap de taak op zich genomen om de oorzaak van rampspoed op te sporen, en om voorzorgsmaatregelen te bedenken die die rampspoed zouden kunnen voorkomen.
De schrijvers stellen dat vooral het liberale protestantisme hierdoor hun aanhang aan het verliezen zijn.
Aan de andere kant: gemeenschappen die zich vooral richten op de meer intuïtieve aspecten van de religie groeien. Zij richten zich vooral op: samen beleven, het gezamenlijk bescherming ervaren van een hogere macht en op de aspecten van de eerste natuur van de mens: gelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid.
De keerzijde van deze groepen is dat zij een strikte moraal voorschrijven, en middels een geprononceerd wij zij denken zich afzonderen uit hun buitenwereld. In het ernstigste geval hun tegenstanders ontmenselijken om elke sympathie voor een medemens te niet te doen..

De schrijvers van het Oerboek betreuren het dat omstreeks 400 na Chr. de canon van Bijbelverhalen is gesloten.
Maar de ontwikkeling in het denken over rampspoed en het voorkomen ervan is niet gestopt. Maar de culturele evolutie ging en gaat door! Zouden er dan door onze gemeenschappen een aanvullende verhalencanon geschreven moeten worden ? Zouden we dan verhalen lezen over Mandela en Desmund Tutu die verzoening toonden en predikten en/of over de oproep van Paus Franciscus om de dialoog te ontwikkelen om de hij zij tegenstelling te kunnen overwinnen.
Het zou een ongekende revolutie zijn als de ons ingebakken hij – zij tegenstelling opgeheven is.

De voorbereidingsgroep bedacht dat bovenstaande tekst het best in de vorm van een interview verteld kon worden.
.
De vragen voor dit interview

Vraag 1. Wat boeit in het boek ?
Vraag 2. Hebben we aan de bijbel niet genoeg ?
Vraag 3. (na het voorlezen van teksten uit genesis 1 - 3) Wat zegt het verhaal over Adam en Eva over particulier eigendom?
Vraag 4. (na het lezen van 1 Koningen: 18 - 20) De tekst doet voorkomen dat het excessief geweld in het oude testament     direct of indirect van God komt. Geeft het boek hierop een andere kijk?
Vraag 5. (na het lezen uit Job 6) Welk licht laat het boek schijnen op vanuit de verschillende naturen van de mens?
Vraag 6. (na het lezen van Mattheus 15: 22 - 28) Is er in het tweede testament sprake van een ander Godsbeeld en wat is het verband met de derde natuur van de mens?

Slotwoord Jaap Schravesande

Eén van mijn conclusies is dat je de Bijbel niet behoeft te lezen als een onberispelijk geschrift van een onberispelijke God. De Bijbel was 1000 jaar een werk in uitvoering en roept steeds nog weer nieuwe vragen op. Die nog onbeantwoord zijn, maar nog wel om een antwoord vragen.De Bijbel is een dagboek van de mensheid over haar pogingen om haar plek en de rol van de religie in een steeds vernieuwende wereld te vinden. Daar moeten wij mee doorgaan.
Gelukkig is er ook een NT en een paus Franciscus, die pleit voor een dialoog als een vorm van ontmoeting en geen uitbuiting!

Eén ding zal duidelijk zijn. Als er nog een lange toekomst voor de mensheid in het verschiet ligt, dan zal die anders ingevuld moeten worden dan in het verleden en het heden, al was het maar dat nieuwe omstandigheden nieuwe inzichten geven. En omdat we hopelijk geleerd hebben van de mismatches.

Slotwoord Teun van der Ven

1. Als toen ter tijd is er veel rampspoed onder ons in deze wereld.
Ik zou willen dat die rampspoed een centralere plaats in onze Hagediensten krijgt en dat de oplossingen die de samenleving kiest om die rampspoed te voorkomen in onze diensten getoetst worden aan ons geloof.

2. Met de schrijvers van het Oerboek betreur ik de afsluiting van de bijbelse canon.
In de Hagediensten moeten wij ook lezen uit de vervolgverhalen die aangeven hoe ons denken over de voortdurende rampspoed, en de betrokkenheid van God daarbij zich heeft ontwikkeld. Wat zijn dan die verhalen ?? gepopulariseerde wetenschappelijke overzichtsverhalen, romans, krantenartikelen.

3. Het wij zij denken zit in ons ingebakken, en domineert de politiek. In weerwil van onze erfelijke eigenschappen zouden wij een nieuwe revolutie moeten voorbereiden om het ‘wij versus zij’ te vervangen door ‘wij’. Kan er zonder die revolutie ooit vrede komen ?

4. In onze bijeenkomsten moet het ‘Wij” ervaren kunnen worden. Moet er steun ervaren worden voor het lijden en verdriet van de aanwezigen. Moet er waardering en dankbaarheid zijn voor de schepper, de schepping, en het mooie en gebrekkige van ieders leven.

5. Ik moet mijn geloofshouding herzien.
Ik ervaar mijzelf als een vertegenwoordiger van het intellectuele protestantse christendom. En juist die richting zit – volgens de schrijvers van het oerboek op een dood spoor. Ik zou zoeken bij de intuitieve religie aspectenaansluiting moeten, op een bepaalde manier roomser worden.

Aan de verwezenlijking van deze Zomerthemadienst werkten mee: Gerben Baaij, Lies Mikkers, Jaap Schravesande, Ciska Smeink, en Teun van der Ven

Het Oerboek - een samenvatting Philip Idenburg

Geplaatst 4 aug. 2017 01:05 door Hagediensten Heuvelrug

In het Oerboek wordt de vraag naar het Goede en de antwoorden die het geloof/God daarop geven radicaal omgedraaid. Niet de antwoorden staan centraal, maar de vragen: op welke vragen geeft het Oerboek, de Bijbel eigenlijk antwoord?

De schrijvers geven, na een grondige studie van jaren, een duidelijke samenvatting van vijf verschillende soorten vragen en de vaak tegenstrijdige antwoorden die je daarop in de Bijbel kunt terugvinden. Maar voordat je die antwoorden aan het eind van het boek als een verademing leest, nodigen de auteurs je in meer dan 400 bladzijden uit om over hun schouders mee te kijken.
Wie de antwoorden van Genesis tot de Openbaringen leest, leest over een God die zich ontwikkelt van een egocentrische bruut tot een God van liefde, een Vader en een Rechter.
Hoe dat gebeuren kan, is omdat iedere les die je in Zijn handelen kan lezen een antwoord is op vragen die voortkomen uit wat sommigen de ware zondeval van de mens noemen: toen de Homo Sapiens in het Neolithicum zijn jager-verzamelaarsbestaan beëindigde en sedentair landbouwer werd. De mensenwereld van groepjes van zo’n 60 door en door bekende verwanten veranderde in samenlevingen van een 100 tot wel 1000-voudige omvang, waarin bezit een levensnoodzaak werd en de relaties van mannen en vrouwen fundamenteel veranderde. Elk van deze, en vele andere veranderingen, vroeg om nieuwe antwoorden, omdat de eerdere antwoorden en gebruiken hun zin hadden verloren. Op tal van gebieden is er een fundamentele mismatch ontstaan tussen problemen en oplossingen.
Voorbeeld:
Wie in een jagers-verzamelaars cultuur claimt dat een boom in het bos van hem is en dat je er van af moet blijven wordt voor gek verklaard. Wie in een agrarische cultuur een hek om zijn boomgaard zet beschermt het naakte leven. Als je je dat realiseert lees je het paradijsverhaal anders.

Helaas moet de Homo Sapiens de gevolgen van deze nog steeds unieke herziening van zijn bestaan voornamelijk oplossen met een uitrusting—zijn primaire natuur—die evolutionair gezien aangelegd is voor jagers-verzamelaars. Denk aan samenwerking in kleine groepen, een gelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen, absoluut vertrouwen in mensen die je na verwant zijn, het fundamentele rechtvaardigheidsgevoel van “voor wat hoort wat” en een natuurlijke religiositeit die achter ieder gebeuren, achter iedere ramp, een al of niet zichtbare dader veronderstelt.

Op basis van zo’n uitrusting kan geen mens –en blijkt uit onderzoek: ook vele dieren niet—bestaan. En dus ontwikkelt zich een tweede, door ouders aan kinderen onderwezen, natuur van gebruiken en gewoonten. De meeste zijn zo geïnternaliseerd dat je ze niet bewust bent. Maar dat ze niet aangeboren zijn—en dus een cultuur—blijkt al daar uit, dat er zelfs diersoorten zijn die bepaalde oplossingen voor problemen- het openbreken van een vrucht—kennen, die hun soortgenoten aan de andere kant van de rivier niet gebruiken.

Als derde natuur heeft de mens zijn rationele cultuur van techniek, van regels, wetten en afspraken. Ze bieden oplossingen voor problemen die de macht van onze eerste natuur te boven gaan, maar ze strijden vaak wel met de aangeboren intuïtie van die jagers/verzamelaars geest. En dus moeten, anders dan de aangeboren elementaire gebruiken en gewoonten, de resultaten van deze intellectuele natuur ingestampt worden. Hun toepassing vraagt om discipline en voortdurende bewaking, desnoods bestraffing.
Door de fundamentele veranderingen in zijn bestaan en door de complexe geestelijke bewerktuiging om die problemen het hoofd te bieden heeft de Homo Sapiens daarom te maken met een voortdurende mismatch tussen


a. zijn intuïtieve oplossingen en de vraagstukken waarvoor hij staat en met een voortdurende mismatch tussen
b. de de ene en de andere oplossing ervan.

Voorbeeld: ziekte van een familielid. Onze primaire natuur –ook die van vele dieren—maakt dat we hem/haar met zorg en liefde omringen. Bij infectieziekten—waarvan de meesten door omgang met dieren pas ontstaan zijn na de neolithische revolutie-- is dat een voor iedereen dodelijke reactie. De Thora schrijft dan ook—als een protowetenschappelijke ingreep—voor dat wie getroffen wordt door huidvraat, pest, cholera, etc. uit de gemeenschap verstoten wordt.

Wie het geneeskundige optreden en de reacties daarop bij de laatste Ebolacrisis nog voor ogen staat, ziet hoe onze natuurlijke en onze contra-intuïtieve oplossingen nog steeds diametraal tegenover elkaar staan.Het boek van van Schaik en Michel is een grote verzameling van voorbeelden van de mismatches tussen de oplossingen en de rampen die ons treffen: geweld, natuurrampen, droogte, overstromingen, verraad, incest, machtsmisbruik, bureaucratie, fraude, etc. Bij die inventarisatie zien wij telkens weer de spanning tussen de oplossingen van onze eerste natuur: liefde, zorg, aandacht, toewijding, vertrouwen, collegialiteit, tit for tat, prestatie en tegenprestatie en de vaak contra-intuïtieve oplossingen van de cultuur. En dus mort het volk, in de woestijn en vandaag de dag tegen bezuinigingen en een belangrijk deel van het volk zelfs tegen alle overheidsbeleid.

Philip Idenburg,
(augustus 2016)

Olifant in Friesland De blog van Cor P Berkel 16 juli 2017

Geplaatst 20 jul. 2017 12:14 door Hagediensten Heuvelrug

De olifant keek somber over het Friese land. Aan het weer kon het niet liggen. Prachtig zonnig en warm weer. Maar misschien had hij heimwee naar de savannes van Afrika. In tegenstelling tot Afrika was hier voedsel genoeg. Maar toch stond hij er wat somber bij. Zijn huid was aan het vervellen. Hij had open plekken op z'n rug en buik. Wat deed zo'n beest daar in het midden van een bietenveld? Het raadsel bleef mij bezig houden.

Wij fietsten door het Friese land in de buurt van Dokkum toen we hem of haar tegenkwamen. Geen bordje met uitleg of wie de maker was. Het viel te meer op omdat de omgeving typisch Hollands (of Fries) was. Uitgestrekte velden met suikerbieten of kool, maar ook heel veel grasland. Het was er vooral uitgestrekt en er waren weinig beesten. Dat waren vooral schapen en enkele weilanden met koeien.

Zoals het in Noord Friesland is, is het in Noord Brabant  helemaal niet. De overbezetting van dieren kwam in de Provinciale Staten van Noord Brabant breed aan de orde. Want de lucht vervuilt hierdoor sterk met fijnstof en ammoniak. Bovendien veroorzaken geiten Q-koorts en aandoeningen aan de luchtwegen. De boeren willen groter en meer en de provinciale politiek wil geen beperkingen. Maar eerst moet het milieu schoner. Wat de boeren natuurlijk veel geld gaat kosten.

Er ligt een eigenaardig taboe op een discussie over de omvang van de boerenbedrijven en dus op het aantal dieren. Het moet toch niet zo moeilijk zijn om per oppervlakte eenheid het aantal en soort dieren vast te stellen. Maar kennelijk roept dat veel weerstand op. Want eenmaal vastgesteld is het een harde grens, zoals bij de snelheid in het verkeer.
Maar ook daar is het ervan gekomen en mij lijkt dat het hier ook gewoon nodig is. Het klinkt een beetje socialistisch of zoals het in China gaat, maar grenzen moeten er gewoon zijn. En die moeten juist als het begint te wringen vastgesteld worden. En dan moeten die grenzen niet al te democratisch bepaald worden, dus niet in overleg met alle partijen, maar op grond van feiten en onderzoek.

Woningen en bedrijfspanden in China kregen een verplicht energielabel, wat inhield dat het betreffende pand aan een minimumstandaard moet voldoen. In één klap werd een markt gecreëerd voor isolatie, en werden verwarming, airco, ventilatie en stroomverbruik aangepakt. Dat verplicht stellen ontbreekt in veel landen maar het gaat wel om de belangrijkste voorwaarden voor het bestaan op aarde. Namelijk schone lucht en beperking van de temperatuurstijging.

In Friesland lijkt dat geen probleem. Die Friezen kunnen kennelijk meer waardering opbrengen voor de kwaliteiten van hun landschap. Je merkt dat ook wel in de omgang. De Friese taal (geen dialect) wordt in alle onderlinge contacten gebruikt. Men is zelfbewust en vooral Fries. In een museum kregen we een rondleiding en jawel in het Fries. En toen wij vroegen of het ook in gewoon Nederlands verteld kon worden, werd er gezegd dat we maar Fries moesten leren.

Leuk was het wel maar het werkte niet. Vandaar die olifant natuurlijk en gewoon wachten tot het een echte Friese olifant wordt.

1-10 of 123