Nieuws


Dineke Havinga Bespreking van het boek 'Want we hebben allemaal de morgen.'

Geplaatst 12 okt. 2017 11:20 door Hagediensten Heuvelrug   [ 12 okt. 2017 11:23 bijgewerkt ]

Er is veel te doen over dementie. In het hele debat over voltooid leven speelt het een grote rol: ' als ik ooit dement word en naar een verpleeghuis moet, dan is het klaar voor mij met leven'...En vervolgens die hele ingewikkelde toestanden met euthanasie verklaringen voor het geval je dement wordt. En als het moment dan daar is, dan weet je niets van die doodswens en zitten de anderen met een levensgroot dilemma...
Het is een rot ziekte, je verliest er iemand aan bij leven. Er zijn vele vormen van deze ziekte, maar meestal is het een huiveringwekkende gedaanteverwisseling die iemand ondergaat en is het een ramp om te doorstaan.
 
Paula Irik is een pastor in zo'n huis waar alleen demente mensen wonen. En als je daar woont ben je gezegend met zo iemand. Zij heeft samen met anderen de taal van demente mensen diepgaand onderzocht. Ze doet met het boek een enorm pleidooi om de taal van demente mensen, dementees, noemt ze die, tot je te nemen en er echt contact mee te maken. Om de sprong naar de andere beleving en uitingen die demente mensen hebben, te maken.
Uiteindelijk gaan ook de verwarde zinnen over dingen die niet verwarde mensen ook kennen: verleden, het gemis, onrust, waar is de tijd, de toekomst, verlangen. Daarom is het mogelijk om met die gevoelens over en weer verbinding te maken. Als iemand van 90 om haar moeder roept is dat minder vreemd als je zelf bedenkt hoe belangrijk je eigen moeder in angstige uren was...
Het hele boek staat vol diepzinnige pareltjes, zoals de titel van het boek er ook een is.
Het boek loopt over van enthousiasme. Zolang dementie bestaat zou je willen dat je je kunt omringen met mensen die de sprong naar dat taalveld maken en zo oprecht en gelijkwaardig contact maken. Maar verder blijft het een ramp, die kwaal.

Want we hebben allemaal de morgen
Paula Irik en Irene Kruijssen
Elikser 2017

Vertrouwen De blog van Cor P. Berkel - 5 0ktober 2017

Geplaatst 12 okt. 2017 11:08 door Hagediensten Heuvelrug   [ 12 okt. 2017 11:08 bijgewerkt ]

In een artikel las ik dat het ontbreekt aan vertrouwen in onze samenleving. Dat zette me aan het denken over de oorzaak. Er was volgens dat artikel veel wantrouwen. Met name de overheid kreeg ervan langs. Die sturen een boete en betaal je die niet binnen de voorgeschreven termijn dan krijg je een verhoging en een boete bij de navordering. Een dubbele straf dus. De overheid vertrouwt de burgers niet was de conclusie.
Dat laatste zou wel eens waar kunnen zijn, ik weet niet of het ooit onderzocht is. Mij bracht het op het idee van wantrouwen. Waarom zou je iemand moeten vertrouwen? Of waarom zou de overheid de burgers moeten vertrouwen? Of de burgers de overheid? Om iemand of een instelling te vertrouwen moet er wel een basis voor zijn. Je moet wel weten dat het te vertrouwen is.
Die basis ontstaat door te beginnen met wantrouwen. Door te wantrouwen vraag je iemand of een instelling om te bewijzen dat men te vertrouwen is. En veel gaat mis in de maatschappij doordat er blindelings vertrouwen gegeven wordt. Zoals de kiezer het vertrouwen geeft aan een politieke partij. Die partij roept voor de verkiezingen allerlei dingen die men wil en gaat doen en de kiezer denkt dan dat is een partij voor mij. Zijn de verkiezingen geweest dan komt er een ellenlange formatie en blijft het angstwekkend stil. De lastigste partij heeft men in de formatie al snel aan de kant gezet. Die wilde te veel van de belofte aan de kiezer waarmaken. Dat kan dus niet. Partijen moeten tot compromissen bereid zijn om te komen tot een regeerakkoord. Dus die moeten heel veel laten vallen van wat men de kiezer heeft beloofd . Maar dat heeft men voor de verkiezingen niet meegedeeld. Doe je daar niet aan mee dan wordt je aan de kant gezet. Over vertrouwen gesproken!!

Maar hier ligt wel de bron van het wantrouwen in de overheid. Er wordt te veel vertrouwen aan allerlei partijen gegeven en die nemen dat met dank aan. Zoals VW bij de sjoemelsoftware, Airbnb, Uber, Schiphol, Google, Cocacola met het plastic van de verpakkingen en ga zo maar door. Het temperen van de verwachtingen hoort niet bij de vrije markteconomie. Zo hoort vertrouwen dus ook niet bij de vrije markteconomie. Dat het wantrouwen steeds meer toeneemt is dus prima.
Er is te veel vertrouwen over de gang van zaken in de vrije markteconomie. Nieuwe ondernemingen komen op zonder dat we weten wat hun rol is in de maatschappij. Productieprocessen worden vernieuwd met onbekende gevolgen voor milieu en natuur. Dat vraagt een wantrouwende houding en moed om dat aan te pakken.

Een goed voorbeeld van hoe het kan, zijn de controlerende instellingen in Amerika en de boetes. Daar is bij de grote instellingen geen bereidheid tot sjoemelen. Dat leidt tot vaak tot schikkingen en andere noodmaatregelen om de ondernemingen in stand te houden. Het biedt wel alle ruimte voor het indienen van claims. Want in de vrije markteconomie moet iedereen wel voor zijn eigen belang kunnen zorgen.
Er ontstaat een beter vertrouwen na een gezond wantrouwen. Het begint dus bij wantrouwen, vertrouwen moet zich bewijzen.

Overweging Oecumenische Vredesdienst 24 september 2017 ds. Hans Baart

Geplaatst 29 sep. 2017 04:45 door Hagediensten Heuvelrug

Gemeente van onze Heer,

Vrede – waar begin je? Syrië. Kindsoldaten in Afrika. Trump en Kim Jong-un. Terroristische aanslagen. Vrede? Er is geen beginnen aan.
Laten we allereerst dankbaar zijn. Dankbaar dat we al generaties lang opgroeien zonder oorlog. Oorlog is altijd landsgrenzen. Of een supermarktoorlog.
Maar wat is vrede? Dit boekje 'Vrede kun je leren' hebben twee Belgen geschreven na de aanslagen in Brussel. Van de aanslagen hebben ze geleerd
1. dat het afschuwelijk is en alle waakzaamheid verdient;
2. dat niet alleen de terroristen ziek zijn.
Want hoe gezond kun je een samenleving noemen – en laten we gelijk maar naar Nederland kijken: twee van de drie huwelijken blijft overeind, maar wat is daar veel teleurstelling, frustratie en onbegrip; steeds meer pubers worden depressief; miljoenen dieren lijden aan onze manier van kopen en eten. En wereldwijd: ik las dat meer mensen overlijden door wat ze zichzelf aandoen, dan door oorlogsgeweld, misdaad en terrorisme tezamen. Terrorisme aanpakken? Natuurlijk, stellen de Belgen. Maar vrede is meer. Onszelf moeten we aanpakken, willen we de vrede leren.

Vrede – waar begin je? Bij jezelf. Zegt Jezus ook. “Zoek eerst het koninkrijk van God en Gods gerechtigheid.” Hoe? “Door niet bezorgd te zijn.” Hij zegt het tegen mensen van het land: boeren en boerinnen. Ze zaaien maar, ze maaien maar. En al gauw met zo’n verbeten blik: als het maar opkomt. Als het maar gaat regenen. Als de vogels het zaad maar niet vreten. Als… Hun vrouwen niet anders. Zorgen over het dagelijks bestaan. Tot laat in de avond bij een olielampje spinnen ze hun wol, weven ze hun kleren. En hoe snel wordt iets moois maken niet een bittere taak, zoals de vrouwen ervaren die ver weg onze kleding zitten te maken tegen een hongerloontje.
Jezus zegt: ‘Boer, kijk eens omhoog. Er vliegen geen hamsters! Zie de vogels vrij vliegen: niet zaaien, niet maaien.’ Hoog Sammy, kijk omhoog. ‘Vrouw, kijk door het raam, daar staat geen weefgetouw. Zie de bloemen met de mooiste kleuren. Zij weven niet.’
Zoiets zouden wij niet durven zeggen, met onze kasten vol eten, vol kleren. Wat zou je de mensen irriteren!!! Maar Jezus, een van hen, zegt het: Is het leven niet meer? Zijn jullie niet meer waard?

Tweeduizend jaar later zeggen veel mensen eindelijk iets soortgelijks: er moet toch meer in het leven zijn? We zijn allemaal gestrikt door Mammon, symbool voor bezit: ja, hij wil ons bezitten. Hij verstrikt ons in leningen, hypotheken, geldzorgen voor studerende kinderen. Hij laat ons kijken naar wat een ander toch maar mooi heeft. Mammon doet ons denken: alles moet kunnen – dus als het niet kan ben je een loser. Het maakt jongeren kwetsbaar die niet mee kunnen doen: depressie, misschien zelfs extremisme. We offeren Mammon onze tijd, de weekagenda vol van naar het werk en thuiskomen, verplichtingen, kinderopvang managen, eten op tafel krijgen. Zoveel stress.
Jezus gaat er vol in: niet doen! Kom eens los van dat uiterlijke, dat materialisme, dat ons allemaal gevangen houdt in eindeloze competitie, geldingsdrang, overconsumptie. Eerst raken we onze binnenkant kwijt door Mammon. Vervolgens zoeken bij hem ons heil: verdriet eten we weg, rouw moet verwerkt, ontspannen lukt alleen nog met een dure reis, ‘voel je goed, koop nieuwe kleren.’

Maar die binnenkant? Op bezoek bij een gezin met best wat problemen gaf ik aan dat ik niet alles op kon lossen. De vrouw des huizes zat er niet mee. Ze zei: nee, maar jij bent de eerste die luistert. Toen barstte ze in huilen uit.
Als protestant bewonder ik Paus Franciscus. Ik heb zelfs een t-shirt van hem. Hij schrijft in Laudato Si: “hoe leger iemands hart is, des te groter de behoefte om dingen te kopen, te bezitten, te consumeren.” Dat dat de wereldvrede bedreigt en mensen tegen elkaar opzet, ziet hij ook: “Obsessie voor een consumptieve levensstijl kan alleen maar leiden tot geweld en wederzijdse vernietiging, vooral als maar weinigen zich die stijl kunnen veroorloven.” Het wordt bovendien een ramp voor de schepping, want: “als iemand niet stil leert staan om iets moois te bewonderen, is het niet verbazingwekkend dat alles voor hem iets wordt om te gebruiken en nietsontziend te misbruiken.” > Kijk naar de vogels. > Kijk naar de bloemen.

Als dat waar is heeft Jezus gelijk: Mammon staat de Eeuwige in de weg. De dwang overheerst de vrijheid, het uiterlijk verdringt het innerlijk, de onvrede staat op de plaats van de dankbaarheid. Vrede – waar begin je? Naar buiten? Naar anderen? We zullen naar binnen moeten. Werken aan ons zelf. Alleen wie vrede kent, brengt vrede.
‘Is leven niet meer dan voedsel?’ vraagt Jezus. We leven niet bij brood alleen. We leven van liefde, erkenning, verbondenheid, zinvol leven, het gevoel echt te leven. Je mag je afvragen: waarom zou God mij dit leven gegeven hebben?
Van binnen ga je ook de schaduwzijde onder ogen zien: als het je niet lukt, onvoldoende erkenning krijgt, geen aandacht, staat er alleen voor.

De Belgen schrijven: als we niet erkennen wat onze basisbehoeften zijn, kunnen we allemaal gewelddadig worden. Misschien geen terrorist. Maar wel een zure echtgenoot. Of een dwars kind. Of een bozige collega.
De Belgen pleiten voor mindfulness, geweldloze communicatie en compassie, mocht u dat iets zeggen. Lees het zelf maar eens na. Echt mooi. Ze noemen ook Nelson Mandela over de fundamenten van dat innerlijke leven zoals hij dat ziet: eerlijkheid, oprechtheid, eenvoud, nederigheid, vrijgevigheid, afwezigheid van ijdelheid en bereidheid anderen te dienen. Kan iedereen dat? Ja, echt, maar “je kunt” schreef Mandela in gevangenschap, “in die dingen niet ver komen zonder oprechte introspectie, zonder jezelf te kennen, je zwakheden en fouten.” Kwartiertje mediteren, raadt hij aan, elke dag voor het slapen.
De Belgen en Mandela zijn duidelijk: Vrede – waar begin je? > Met echte aandacht voor je innerlijk. Neem de tijd, regelmatig, om te groeien, van binnen.

In de kring om Jezus kunnen we zelfs een stap verder. Gaan we bidden. Straks gaat u uw antwoord opschrijven op de vraag: Vrede – waar begin jij? Ik schrijf bidden op. Echt. Niet van ‘Heer, geef toch vrede, amen’. Maar: je innerlijk blootleggen voor God. Wat je bezighoudt, waar je tegenaan loopt, waar je blij maakt, wat niet lukte, je frustreert, zorgen baart.
Gaan ontdekken waarom je zo doet en zus reageert. *Waarom je de keuze van je zoon afwees – je bent bang voor zijn toekomst; *waarom je blijft hangen in een baan waar je op moppert – angst, weinig vertrouwen; *waarom je je vrouw niet meer op een voetstuk zet – want je mist de band die je niet kunt missen; *waarom je spijt hebt van een verhuizing – omdat je lieve mensen om je heen nodig hebt. Ga maar door. Bidden neemt de tijd om in alle rust dat hele leven van je te binnen halen, dag in dag uit – de introspectie van Mandela. En bidden durft dat in het licht van de Eeuwige te zetten. En dan gaan merken dat Hij veel genadiger voor je is dan jij voor jezelf. Hij vergeeft waar wij vaak niet kunnen, is trouw toen we opgaven, zijn tedere liefde doet je goed. Biddend vind je zijn vriendschap, groeit het vertrouwen dat Hij voor ons zorgt, al blijven we behoorlijk worstelen met dat ontzorgen. Bij de onbezorgde Jezus kwam ook niet alles op zijn pootjes terecht. Maar Gods trouw en liefde bleven. Jezus bad ook veel.

Het bidden volhouden is gaan ontdekken: in zijn liefde is een plek voor mij. En wie dat ontdekt, hoeft anderen niet meer zo nodig van hun plek te stoten.

Ik verbeeld me: wie bidt, díe werkt aan vrede.

AMEN

De rechter De blog van Cor P Berkel 18 september 2017

Geplaatst 28 sep. 2017 03:13 door Hagediensten Heuvelrug

Een raar verschijnsel is de uitspraak van de kortgedingrechter in ons democratisch systeem. Die luidt: “De Nederlandse regering moet onmiddellijk maatregelen treffen om luchtvervuiling aan te pakken op plekken waar die de Europese norm overschrijdt. Dat heeft de kortgedingrechter op 7 september bepaald in een zaak die was aangespannen door Milieudefensie. Er moet zo snel mogelijk een luchtkwaliteitsplan komen dat ervoor zorgt dat de overschrijdingen van de norm verdwijnen. Ook mag de regering geen nieuwe maatregelen nemen die kunnen leiden tot het overschrijden van de normen.”
De Staatssecretaris gaat niet in hoger beroep. Ze heeft zelfs toegezegd actiever te gaan werken aan de bestrijding van de luchtverontreiniging. Maar hoe kan het nu toch dat een door het parlement aangenomen wet door de regering wordt getraineerd en de uitvoering niet tot stand komt? Wat voor controle is er dan op de rol van de regering? Gaat de rechter nu op de stoel van het parlement zitten?
Die rechter weet natuurlijk ook wel beter, die heeft daar kennelijk een rol in. Maar dat doet de vraag ontstaan naar de ruimte die de regering heeft bij het uitvoeren van besluiten van de Kamers der Staten Generaal. Als dat betekent dat de regering naar eigen inzicht besluiten kan laten wachten of zelfs niet uitvoeren dan zit er een hiaat in ons democratisch systeem. En het is niet de eerste keer, op 25 juni 2015 is de Staat ook al veroordeeld. “De rechtbank in Den Haag heeft vandaag beslist dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. De stichting Urgenda had de rechtbank om een uitspraak verzocht.”

Zal nu de lucht schoner worden? De Staatssecretaris heeft het aangekondigd, maar die is demissionair. We moeten dus wachten op de nieuwe regering en de samenstelling met de bekende vier partijen doet het ergste vrezen. Dan liggen er twee veroordelingen die aan duidelijkheid niets te wensen over laten. Zal de regering dan gewoon doen of hun neus bloedt?
En wie moet de regering er dan toe aanzetten om de luchtvervuiling wel te verminderen? Of komt de regering dan met het argument dat het politiek niet haalbaar is? Er worden teveel belangen geschaad door de benodigde maatregelen. Zoals de diesels uit het centrum van de steden houden of het sluiten van kolencentrales. Maar die excuses kennen we al en daar gaat het juist om. En het zal in de toekomst vaker nodig zijn om gevestigde belangen te beperken voor de gemeenschappelijke belangen. We leven in welvaart en niemand mag daar iets van afpakken, maar het zal wel moeten.

Dat is juist waarom Groenlinks niet meer aan de onderhandeling over een regering deel neemt omdat die dat met deze partijen al zagen aankomen. Duren daarom de onderhandelingen ook zo lang? Praten die vier mensen met hun adviseurs over onoplosbare problemen omdat er geen compromissen te vinden zijn. Als de keuze is vooruit of achteruit weet ik ook geen compromis te bedenken. Want die bestaat niet en dat wordt dus stilstand.

Kinderen. De blog van Cor P. Berkel - 4 september 2017

Geplaatst 14 sep. 2017 09:28 door Hagediensten Heuvelrug   [ 14 sep. 2017 10:04 bijgewerkt ]

In de uitzending van Jinek van donderdag 24-08-2017 was Freek de Jonge aanwezig. Hij deed een uitspraak die bleef hangen. Hij is al jaren verdediger van de kinderrechten en gaf aan wat zijn motivatie daarvoor was. Het zijn mijn woorden, maar het kwam er op neer dat kinderen de wereld  van de toekomst maken. Dat daarom kinderen de beste opleidingen moeten krijgen die er zijn want met die kennis kunnen ze de wereld verbeteren. Hij vindt dat we kinderen als een bijzaak behandelen.
Als we dan zien hoe getraumatiseerd kinderen uit de oorlog in het Midden Oosten komen dan valt er veel te doen. Dan moeten in ieder geval kinderen die hier hun weg gevonden hebben niet om allerlei bureaucratische redenen terug gestuurd worden naar hun land van herkomst. Vooral niet als daar geen kans is op verder onderwijs of ontwikkeling. En hij sloot daarbij de Nederlandse onderwijswereld niet uit.

Het gezichtspunt van Freek betekent ook dat hij vindt dat onze generatie de mogelijkheden niet voldoende benut heeft. Of anders gezegd het had beter gekund. Maar laten we de kinderen betere kansen geven door beter onderwijs en ontwikkeling. Als je dan bekijkt hoe er weer in de kabinetsonderhandeling over het onderwijs wordt hand
geklapt dan vrees ik het ergste . De salarissen van het onderwijzend personeel gaan misschien omhoog maar zeker is het nog steeds niet.

Daarbij moet ook even aandacht gegeven worden aan de opstelling van de ouders. Opvoeden gebeurt niet alleen op school door de leraren maar ook thuis. En misschien wel meer thuis dan elders. Dat is een zware taak en daar is aandacht en voorlichting voor nodig. Het is dus niet zo dat als de kinderen iets verkeerds doen, op school lastig zijn, of kattenkwaad uithalen, dat de school daar een functie bij heeft.
Kinderen moet alles bijgebracht en geleerd worden. Ook hoe zich te gedragen op school en waar dat goed voor is. Zoals het gedrag in het verkeer en in de publieke ruimte. Ook dat is te leren en klachten daarover horen niet op school maar thuis. En op latere leeftijd moeten mensen zich gedragen als verantwoorde burgers die weet hebben van recht en moreel verantwoord optreden.
In veel gevallen zoeken die mensen ook de verantwoordelijkheden zelf op. Nemen deel aan bestuur en een sport en nemen zitting in de or. Zo worden er weer andere zaken geleerd juist door het werk in de praktijk. Stilstand is dus echt achteruitgang. Het levenslang leren kan op vele manieren gedaan worden dat is niet alleen het gebied van de opleidingsbureaus.

Leren is dus een houding die bij gebracht moet worden in de jeugdjaren. Jong geleerd is oud gedaan is het spreekwoord. Dat is houding de de ouderen moeten innemen tegenover de jongeren. Want iemand moet degene zijn die de kennis en inzichten voer draagt. Daar is moed voor nodig en zelfvertrouwen.
In de oudheid hadden de ouderen een speciale positie en werd aan ouderen een bepaald gezag toegekend. De huidige generatie ouderen gaat met pensioen en van hun welverdiende rust genieten. Dat levert weinig gezag op en geen respect. Dat weten de jongeren ook.

Vragen en antwoorden naar aanleiding van de kernwoorden in psalm 119 Frits de Zwaan

Geplaatst 1 sep. 2017 04:51 door Hagediensten Heuvelrug


Richtlijnen
“Beveel gerust Uw wegen”  Past dit lied nog in een Hagedienst? ( ja/nee)


“ja” (21x) , “nee” (4) “Het lievelingslied van mijn moeder”


Regels
1. Wat is de mooiste toon? (er stond een metalofoon)

“de G van Gastvrijheid”

2. Welke voornaamste regel geldt bij jullie thuis?

“geven en nemen/ respect voor de ander / luister naar elkaar zonder oordeel / iedereen mag meedoen / gun de ander de ruimte/ op tijd thuis zijn / betrouwbaar zijn/ruimte en liefde om te kunnen zijn wie je bent / vrijheid / blijf nieuwgierig / geen”


Wetten
Welke wetten veranderen voortdurend?

“fiscale-, morele-, tijdsgebonden-, sociale- en veiligheidswetten.”


Geboden
Heeft je naaste voorrang?

“automatisch” (1), “ja, tenzij”(4), “soms”(6), “meestal” (3) “nee” (2) “om de beurt” (1)


Voorschriften
Betreed je een kerk met je hoed op ? ( ja/nee)

“ja”(1), “nee” (10) “petje af voor deze vraag” (1)


Woord
Kan een Hagedienstlid altijd een beroep op je doen? (ja/nee)

“ja” (14) , “nee” (1) ; “wanneer durft iemand dat?”


Belofte
Wat beloofde je je (klein)kind of neefje/nichtje?

“er altijd voor hem zijn”, (4), “onvoorwaardelijke liefde”(4), “geborgenheid” (4)

“in de buurt blijven” (2), “geluk, warmte, goed leven, je bent goed zoals je bent, geloof”(1)

Thora
Welk kernwoord spreekt je het meeste aan?

“belofte” (9), richtlijn (2), “thora” (2) , “woord”(1)

Waarom Psalm 119? Frits de Zwaan

Geplaatst 1 sep. 2017 04:09 door Hagediensten Heuvelrug


Van Cor Berkel kreeg ik het boek van Kees Waaijman waarvan de omslag al te zien was in het Hagenieuws, en al lezend wist ik ook José, Frank en Nenkie enthousiast te maken. Dat enthousiasme deelden ze met Augustinus en Buber (over wie later meer ).

Om een tegengeluid te laten horen van een professor in de theologie:
“psalm 119 is te lang, het is het meest inhoudsloze product dat ooit het papier heeft zwartgemaakt”
aldus de hooggeleerde Duhm in 1899.

Nu was ik al gespitst op het thema “psalm” , omdat het Nederlands Kamerkoor op 1 en 2 september met nog drie koren alle honderdvijftig psalmen gaat zingen, op muziek gezet door 150 verschillende componisten die de afgelopen 1000 jaar geleefd hebben. Gaat dat horen!

Vanochtend psalm 119.
Eerst iets over de opbouw: lengte 176 verzen, dat is 22 keer 8.

De 22 letters van het hebreeuwse alfabet sturen de dichter in alfabetische volgorde langs de coupletten van 8 verzen. De enige vertaling die dat overneemt is de Naardense – daarom drukten we daarvan de eerste 11 verzen af op de liturgie : de eerste 8 verzen beginnen met a de volgende 8 met b en met weglaten van de q, u, x en y doorlopen we het nederlandse alfabet. Natuurlijk is het handiger om zo’n lap tekst met het alfabet als kapstok uit je hoofd te leren. Er zijn nog 6 psalmen met zo’n kapstok , niet per couplet maar per versregel. Ons Wilhelmus heeft ook zo’n opbouw.

Waarom 8 verzen ? 7 + 1 is de overtreffende trap van volmaaktheid.
Er waren ook 8 tempelbroden, 8 offertafels, op de 8e dag werd een jongetje besneden en de eersteling geofferd.
Het getal 8 vindt U ook op de grond gestileerd als een lemniscaat, een soort wiskundig brilletje.

In de eerste 11 verzen die wij straks gaan spreken op de wijze der kloosterlingen (en ook zingen), komen acht woorden voor die Waaijman kernwoorden noemt, acht verschillende woorden die er gekleurd op uw liturgie staan: WET, RICHTLIJNEN, REGELS, WETTEN, GEBODEN, VOORSCHRIFTEN , WOORD, BELOFTE. Overigens is de NBV de enige vertaling die ook 8 verschillende woorden geeft!

We hebben ze voor U uitgebeeld om de kern van de psalm vast te houden en Frank loopt ze straks met U langs.

Van deze 8 kernwoorden zijn er 4 mannelijk en 4 vrouwelijk , evenveel in iedere helft van 88 verzen.

Er heerst nog een wonderlijk evenwicht: in de ik/mij vormen en de jij/jouw vormen van ieder zijn er precies 316.

Psalm 119 heeft een unieke plaats in het psalmboek: ervoor staan de lofliederen , erna de pelgrimsliederen. Door herhaling (178 keer een kernwoord) en variatie heeft het geschrevene voor de aandachtige lezer een indringende boodschap: God en mens zijn op elkaar betrokken.

Terug naar de schoonheid van de psalm.
Vanaf vers 4 is het één groot gebed, een meditatie op die 8 kernwoorden, een gebedssnoer waarvan Augustinus zei : “Je hebt er geen uitlegger bij nodig alleen een lezer en een toehoorder” en Buber zei: “In de lezing van 119 ontvangt de mens geen inhoud , maar tegenwoordigheid (God in ons midden).
Pascal tenslotte zegde hem vaak uit het hoofd op in het latijn (zonder alfabetisch hulpmiddel!) en raakte volgens zijn zuster dan helemaal in extase!


Leer mij hoe te leven Frank Renssen

Geplaatst 1 sep. 2017 04:02 door Hagediensten Heuvelrug

De dichter van psalm 119 zoekt een intieme relatie met God. Hij vraagt Hem leer mij hoe te leven. Gaandeweg leert de dichter hoe hij zijn leven kan inrichten. Al wandelend door de psalm kom je de acht kernwoorden tegen, die Frits al genoemd heeft. Die kernwoorden zijn kapstokken die wij ieder van een kleur hebben voorzien. Wij hebben gekozen voor een wandeling langs een achtvormig pad, een lemniscaat, een doorlopend pad dat je steeds opnieuw kan lopen. Wij hebben ons ook laten inspireren door het Achtvoudige pad in het Boeddhisme, dat ook een gids is hoe te leven.

De kernwoorden
Voordat je gaat wandelen is het van belang zo open mogelijk te beginnen. Ontspan, maak je geest leeg, open je hart en gebruik al je zintuigen om signalen op te vangen, tekenen te zien en aanwijzingen voor de wandeling te ontdekken. We beginnen in het centrum van de acht. Het eerste en belangrijkste kernwoord van psalm 119 is Thora, in de NBG vertaalt met ‘’wet’’ maar het woord omvat meer. Het betekent eigenlijk ‘’onderwijzing’. Het leert ons hoe te leven, zoals ouders hun kinderen opvoeden tot zelfstandige mensen. Als je kiest voor het pad om liefdevol met elkaar samen te leven dan wijst God je de weg. De Thora staat voor Gods liefdevolle aanwezigheid in ons leven. Er zijn verschillende wijzen waarop je die liefde kan onderwijzen en kan overdragen. Door verhalen over liefde te vertellen, door met elkaar te praten over liefde, door die verhalen op te schrijven en door liefde voor te leven. Hoewel de boodschap in de afgelopen duizenden jaren hetzelfde blijft veranderen het medium en de verpakking steeds. Vandaar de verschillende ‘’symbolen’’ als mond, ganzenveer, kroontjespen, mobiele telefoon etc. De kleur van het eerste kernwoord is donkergrijs. De Thora is niet in een kleur weer te geven. Veel kleuren leveren bij menging ‘’grijs’’ op.

Dan rijst de vraag hoe jij dat verhaal vertelt?

We wandelen nu verder langs het achtvormige pad met de overige zeven kernwoorden als punten van bezinning. Bij het paarse punt ‘’richtlijn’’ aangekomen zie je legorails en enige regels van lied 904 met de vraag: kunnen wij dat lied in onze Hagediensten nog zingen? Je kunt je ook afvragen wat voor jou de belangrijkste richtlijn is in je leven.

Aangekomen bij het blauwe punt’’regels tref je een xylofoon op blauwe ondergrond aan met tonen die volgens bepaalde regels elkaar opvolgen. Strijk heel zachtjes met het stokje langs de twee octaven. Met een toonladder is de toonsoort eeuwen geleden vastgelegd en wij houden ons aan die regels als wij een lied zingen. Welke regels staan voor jou bovenaan als het je om de verhouding met je medemens gaat?

Bij het groene punt ‘’wetten’’ tref je artikel 1 van de grondwet aan. Een artikel dat je geacht wordt te kennen en er naar te leven maar in de praktijk houdt men zich er vaak niet aan. Je kunt je dan ook afvragen of er in jouw leven “ wetten’’ zijn die duurzaam in je hand zijn gegrift en voor jou onuitwisbaar zijn. In het algemeen veranderen wetten als de samenleving verandert.

Dan komt het gele punt ‘’geboden’’ in zicht en een verkeersbord doemt op, dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. De tegenligger heeft voorrang en jij moet wachten. Overtreding is strafbaar. Bestaan voor jou persoonlijk ook geboden waaraan je je moet houden?. Wat houdt dat voor jou in de praktijk in Je naaste evenveel als je zelf lief te hebben?

Neem even pauze. Zit je in je leven nog op de goede koers? Laat je je niet afleiden door prachtige zijpaden met schitterende vergezichten.? Neem even de rust en besef waar je mee bezig bent en ga na of je je wel voldoende open stelt om liefde te ontvangen en ruimte schept om liefde te geven.

Bij het oranje punt ‘’voorschriften’’ tref je een schoenenrek aan. Doe je schoenen uit en zet ze in het rek net zoals bij het betreden van een moskee of hindoetempel. Zijn er in de menselijke omgang voorschriften van blijvende aard?. Veel voorschriften blijken immers tijd- en plaats gebonden. Geldt dat ook voor samen vasten voor Pasen en samen voorbereiden op de Advent?.


Bij het rode punt ‘’woord’’ zie je het woord ‘’ja’’ verschijnen. Dat heb je bij je huwelijk uitgesproken. Ook Kamerleden, artsen, rechters geven met het woord ‘’ja’’ aan dat zij zich aan de belofte bij hun bevestiging zullen houden. Laten we nu stil staan bij onze relatie met God. In psalm 119 is er een voortdurende dialoog, waarbij de psalmdichter verwacht dat als hij zich volledig openstelt, zich aan richtlijnen, regels, geboden en voorschriften houdt, hij door God ondersteund, geholpen en beschermd wordt. Heb je vertrouwen in die dialoog?.Als ik bid antwoord gij dan? De dichter en jij mogen aanspraak maken op Gods liefde.


Het witte punt betreft het laatste kernwoord ‘’ belofte’’. Je ziet een doopjurk. Bij de doop beloven ouders het kind in christelijke traditie op te voeden. Wit is de kleur van het licht zoals wij dat ervaren. De belofte, die een bevrijding van angst en onzekerheid inhoudt, die je beschermt als je bespot, gehoond en vernederd wordt. Zoals in de vertaling van Oosterhuis”Gij levende, u zijt mijn deel van leven. Ik zal uw woorden bewaren. Beloofd is beloofd. Beleef jij dat ook zo of zou je het zo willen beleven? Heb je ook die ervaring in de praktijk van alle dag?

Aan het eind van de wandeling zou het gevoel je kunnen bekruipen dat als je je alleen maar strikt aan richtlijnen, regels, wetten, geboden en voorschriften houdt dat het dan voldoende zou zijn. Paulus is daar in zijn eerste brief aan de Korintiërs heel duidelijk over. Je kunt onberispelijk leven maar als je de liefde niet hebt dan zal het je niet helpen.

Het achtvormige pad houdt in dat je de wandeling steeds opnieuw kan doen om verder te leren en te ervaren. Daarom geven we de voorkeur aan de achtvormige lemniscaat, een wiskundig symbool voor oneindigheid en continuïteit.

Hospice en vrolijkheid

Geplaatst 1 sep. 2017 03:25 door Hagediensten Heuvelrug

De Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) heeft in 2002 de
volgende definitie vastgesteld: Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van het
leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een
levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden.

Een hospice, is een instelling met een huiselijke sfeer die zich in terminale zorg heeft gespecialiseerd.
Ongeneeslijk zieken kunnen hier tot aan hun dood worden verzorgd. Door de huiselijke sfeer
wordt dit als beter ervaren dan een ziekenhuisomgeving, terwijl er toch nog voldoende
medisch personeel aanwezig is.
Ik kwam in aanraking met deze leefwereld door een familielid dat uitbehandeld was. Wel
eens van gehoord en wel eens iemand bezocht maar dat was toch ver van mijn bed. Voor
een familielid die uit het ziekenhuis kwam werd de verpleging door het hospices
overgenomen. Dan kijk je ineens tegen het eind van het leven aan. Er werd een kamer
ingericht met allerlei persoonlijke spullen van haar. Maar ze voelt zich dank zij de medicatie
van pijnbestrijding heel redelijk.
"Ik zou eigenlijk wel naar huis kunnen" vertelde ze ons. We hebben uitgelegd dat dat niet
mogelijk is. Ze voelt zich goed door de medicijnen. Maar dat dit het is: wachten op de dood.
Ze kan niet meer naar huis want men is bezig de huur te beëindigen en het huis te
ontruimen. Dan komt het besef. Ze is goed bij de tijd en snapt alles prima. Maar ze praat er
toch niet veel over. Wij denken dat ze het verstopt, maar weten ook niet hoe ze dit beleeft.
Er worden veel bezoeken gepland van familie, kinderen, kleinkinderen en
achterkleinkinderen. Het is een komen en gaan van bezoekers. Maar langzaam gaat de
conditie achteruit. De patiënt vindt het een mooie kamer en openslaande deuren
brengen de buitenwereld ook naar binnen. Telkens als wij komen is ze vol lof over het
hospice en de verpleging. Ze leert zelfs nog rijden op een elektrisch aangedreven rolstoel.
En krijgt ook nog een rijbewijs.
Dan wordt het moeilijk. De klachten nemen toe over lichamelijke problemen. We zijn dan
een paar weken verder en de patiënt moet nu meer het bed houden, de verpleging geeft aan
dat er minder bezoek mag komen, want het wordt te zwaar. En zelf zegt ze dat ze hoopt niet
meer wakker te worden. De verpleging is uiterst vriendelijk en behulpzaam. En de patiënt
slaapt veel. Zo verglijdt het leven.
Nu zijn we in de laatste fase beland. Ze slaapt vrijwel voortdurend, krijgt nog wel wat drinken
maar eten gaat niet meer. Directe familieleden komen nog maar vinden haar meestal
slapend. Dan schrikt ze wakker en moet zich helemaal oriënteren, de dagen kent ze niet
meer, de datum moet gevraagd worden. Ze hoort rare geluiden en praat met een scheve
mond.
Ze zal inslapen en dan is een leven ten einde dat begon in 1929 met minimale
mogelijkheden. Een zoon overleden aan MS, een dochter met MS. Man pas overleden, nee,
geen gemakkelijk bestaan. Maar altijd positief en optimistisch. Ze heeft aan het einde in alle
rust en vrede met goede verzorging kunnen overlijden.

Hagedienst 23 juli 2017. Abraham in de drie tradities. Jodien van Ark

Geplaatst 17 aug. 2017 11:39 door Hagediensten Heuvelrug   [ 17 aug. 2017 12:04 bijgewerkt ]


We lazen uit ieder boek van wat ook wel de ‘abrahamitische godsdiensten’ wordt genoemd een klein gedeelte:
De Koran vertelt het verhaal van de jeugd van Abraham/ Ibrahiem; het stukslaan van de beelden.: het letterlijk breken met de polytheïstische ( de meergoden-) cultuur waar hij uit kwam. Het verhaal staat niet in de Bijbel, wel in de (joodse) Midrasj en het is ook in de kinderbijbel van Karel Eijkman terecht gekomen - al een mooi staaltje van interreligieuze vertelgeschiedenis.
In de bijbel (Tenach, eerste testament), in Genesis begint het verhaal bij de tocht van Terach, vanuit Ur en vervolgens trekt Abram weg uit Haran, met de zegen en de belofte, we lazen het uit Genesis 12.
Enkel een stem: trek weg, en hij ging.
Geen teken, zoals bij Mozes, geen aarzeling: hij ging.
En in het tweede/ nieuwe testament, in de brief van Paulus aan de Hebreeën verschijnt Abraham als een van de geloofsgetuigen en ook daar ligt de nadruk op het wegtrekken, zonder te weten waarheen: leven als vreemdelingen en gasten.

In de drie tradities , in de voortgaande uitleg van alle drie de godsdiensten, is Abraham/ Ibrahim een oergetuige, een oerprofeet, een oervader geworden. En alle drie de tradities hebben Abraham toegeëigend tot dé aartsvader om daarmee de exclusiviteit van hun godsdienst te ‘bewijzen’.
We vonden een bijzonder boek: Bruce Feiler: Abraham.
De verwijzing staat op de site van het Abrahampad.
Feiler is een Amerikaanse joodse auteur, die in Jeruzalem op zoek gaat naar het hart van de drie geloven en bij Abraham uitkomt. Hij volgt de uitlegtradities van het verhaal van Abraham en zijn conclusie is dat zowel joden als christenen als moslims zich het verhaal van Abraham hebben toegeëigend, dus exclusief gemaakt. Maar ook dat er in alle tradities inclusieve elementen zijn en die brengt hij uiteindelijk samen tot het Abrahamisme.

Voor de joodse uitleg van Abraham vroegen we Jose de Kwaadsteniet om materiaal en dat leverde een mooi inkijkje in de joodse uitleg die twee kanten opgaat:
Er is de persoonlijke roeping van die ene mens Abraham, let wel; er is nog geen volk, er is nog geen land, het is een kinderloze man, een vreemdeling, een zwerver. Juist in die ene persoonlijke roeping wordt de hele wereld gezegend: Abraham wordt een model voor hoe God Zijn universele zorg voor de menselijke geschiedenis tot uitdrukking brengt”, ( aldus David Hartmann.).
Martin Buber schreef over Abraham der Seher –de ziener , Abraham die geroepen wordt om in vertrouwen te gaan. In een visioen sluit God met hem een drieledig verbond: met Abraham persoonlijk, met Abraham als voorloper van Israel en Abraham als vader van alle volkeren. Buber ziet Abraham als een profetisch figuur die bemiddelt tussen hemel en aarde, een verbindingsfiguur voor de eenheid van alle volkeren.
Maar er is ook de joodse traditie waarin Abraham de eerste jood wordt genoemd en de belofte van het land exclusief op het volk en het land Israel wordt betrokken. Dan wordt Abraham gebruikt om het Joodse nationalisme te promoten. Daar zagen we in Israel voorbeelden van, zoals bij de opgravingen vanuit de Israëlische regering, waar alleen gezocht wordt naar bewijzen dat onze vader Abraham hier liep en het dus ons land is.

In de christelijke traditie is Paulus degene die Abraham opvoert als degene die groter is dan de wet en zoals we in de Hebreënnbrief lazen, die wegtrekt vanuit geloof. Paulus zoekt, als Jood, naar de verbinding van joden en niet-joden en Abraham is voor hem een geloofsgetuige die vertrouwt op de belofte van God en daarmee uitstijgt boven het exclusieve geloof.
De brieven van Paulus zijn de eerste schriftelijke documenten van een beginnend Christendom. Hij wil joodse en niet-joodse volgelingen van Jezus van Nazareth. verbinden in geloof in plaats van in de wet.
Maar er zijn ook andere vroege teksten die in de traditie een grote rol gaan spelen.
In het evangelie van Johannes heeft Jezus een stevig dispuut met de Joden.
In Johannes 8:56 zegt Jezus:
        'Abraham uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij'.
        De Joden zeiden: 'U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben'?
        'Waarachtig, ik verzeker u', antwoordde Jezus, 'van voordat Abraham er was, ben ik er'.
Behalve dat vanuit deze tekst de Abrahams bedacht zijn als je 50 jaar wordt (en de Sara’s voor de vrouwen), heeft deze tekst aanleiding gegeven tot een lange traditie van anti-semitisme in het christendom:
Jezus gaat aan Abraham vooraf oftewel: Abraham is de eerste christen.
Schokkend is het om te lezen dat in de eerste eeuwen , tot en met Augustinus, deze teksten uitgelegd zijn en gebruikt zijn tegen de joden (Feiler ,153) en uit de geschiedenis van de 20 ste eeuw weten we helaas dat die toe-eigening van het eerste testament en zeker ook van Abraham door christenen voor joden desastreuze gevolgen had.
Dus ook in de christelijke traditie: inclusiviteit versus exclusiviteit waarbij Abraham een hoofdrol speelt.
De Hebreënbrief van Paulus, waarin de geloofsgetuigen in een lange rij worden opgevoerd, werd ons uitgelegd door Kleijs Kroon, een gewaardeerde predikant die in de 70er jaren ons op de Horst les kwam geven. Hij behandelde Abraham als een van de eerste geloofsgetuigen en hij zei:
        'Er zijn geen soorten van geloof, christelijk of joods of islamitisch geloof. Je gelooft of je gelooft niet, je hoopt of laat het         zitten. Er is alleen maar geloof en ongeloof (dat is geloof van niks). Tot dat geloof moet je elke week weer opgewekt                 worden. Het sluit je niet af van de medemensen, integendeel, het leidt naar de volle werkelijkheid.'
Dan sta je midden in dit wanhopige en bedreigde leven met een wanhopig vertrouwen en vertrouwende wanhoop.

Dan komt in 600 een nieuwe loot aan de monotheïstisch boom: de islam.
Mohammed kent de verhalen van eerste en tweede testament en hij wil daarbij aansluiten.
Aan Stella van de Wetering, moslim en docent Arabisch op de VU, actief in interreligieuze groepen, vroegen we hoe er in de islam over Abraham wordt gedacht: exclusief of inclusief. Haar verrassende antwoord was: de islam ís inclusief. Alle profeten uit Jodendom en christendom zijn ook onze profeten.
Mohammed hoopte dat hij alle voorafgaande tradities zou kunnen opnemen in een nieuw, inclusief geloof. Dat is vrij snel mislukt en de geschiedenis laat tot op heden de grote tegenstellingen pijnlijk zien.
Maar in de Koran is Abraham opnieuw een belangrijke oervader: hij trekt weg uit de stad en het geloof van zijn vader, hij krijgt een zoon Ismael en nadat hij Hagar met Ismael de woestijn heeft ingestuurd, gaat hij ze achterna om te kijken hoe het gaat en op de plek waar hij ze vindt ontspringt de SamSam-bron, die hen het leven redt en nu de heilige plek in Mekka.
Op de plek waar Abraham zijn zoon offert (is dat Ismael of Izaak?) staat nu de Dome of the Rock: het tempelplein in Jeruzalem, een heilige plek voor alle drie de godsdiensten, maar wel heel zwaar bewaakt……

En zo zijn we terug bij de verbinding van de drie godsdiensten en de vraag of Abraham een verbinder is of exclusiviteit bevordert.
In de geschiedenis zijn veel voorbeelden van dat laatste: als Abraham de eerste jood, de eerste christen of de eerste moslim genoemd wordt. Dan wordt de tegenstelling tussen de godsdiensten geaccentueerd.
Maar er is ook een doorlopende lijn vanaf Genesis 12 , en dat is in alle 3 de religies levend gebleven, om Abraham als ons aller vader te zien, de eerste monotheïst in de geschiedenis, de aartsvader van 12 miljoen Joden, 2 miljard christenen en 1 miljard moslims wereldwijd, als iemand die de stille roep verstaat , versteende zekerheden achter zich laat en op weg gaat………daar gaan we nu van zingen met lied 816.

1-10 of 132